Driestaferelen in vijf bedrijven 10 oktober 2019

De reünie op 7 september was dé aftrap voor het jubileumjaar van ‘De Driestar’. 75 jaar Driestar levert talloze leuke, ontroerende en interessante verhalen op. Neem het verhaal van Arie van Groningen. Als oud-student pedagogische academie De Driestar (1973-1976) en onderwijsadviseur en docenten- opleider bij Driestar educatief (2002 tot heden) beschrijft hij Driestar in vijf bedrijven.

Eerste Bedrijf: De verlokking

Sommelsdijk 1972. Een avond voor gemeenteleden in verenigingsgebouw Vita Nova over puberteit en opvoeding. Spreker: de heer B. Florijn. Met mijn ouders zat ik als lijdend meewerkend voorwerp in de zaal. Er werd veel gelachen en zeer aandachtig geluisterd. Zowel in de luim als in de ernst nam de bekende Driestardocent zijn publiek mee. En ik wist het: ik ga naar De Driestar en word onderwijzer.

Tweede Bedrijf: De inwijding

Gouda 1973. Tijdens mijn eerste brommerrit Flakkee-Gouda botste ik na de afrit van de Van Brienenoordbrug op een tegenligger die evenals ik het midden van het fietspad had verkozen. De toen nog niet door de overheid maar wel door mijn vader verplichte helm heeft erger voorkomen. Met mijn beschadigde Kreidler Florett en geknakte trots kwam ik bij de obscure fietsenkelder van De Driestar aan. De schrik, de schaafwonden en het enigszins opgedirkte verhaal vrijwaarden me van de al te letterlijke, toen nog gangbare ontgroening: met stroop ingesmeerd door het pas gemaaide gras gerold worden en daarna gejonast de sloot in. Zo veel natuurliefde had ik nou ook weer niet.

Derde Bedrijf: De kennismaking

De eerste lessen. We maakten kennis met de coryfeeën van de pedagogische academie. Ik eer hen met respect, maar noem ze bij hun handelsnamen. ‘Ouwe Brouwer’ begroette ons dierbaar bij de intrede van het lokaal en half wenend gaf hij een uitmuntend college over de werkplaats van Kees Boeke. Florijn nam de namenlijst wel door maar hechtte weinig aan het onthouden ervan; in het vervolg bleek ieder anoniem gemoedelijk Saar of broeder te heten. Na enkele minuten zaten wij, achttienjarigen, diep geboeid in de pedagogiek. De erudiete Hage verbond aan de namen van de nieuwkomers hun vermoede kerkelijke afkomst en als hij ernaast zat, wist hij ons met een akelig schuldgevoel op te zadelen. Ik heb vernomen dat sommigen alsnog van kerk veranderden ter wille van zijn inschatting.
‘Jantje’ keek ons vriendelijk doordringend aan en gaf het gevoel dat hij de helft bij dat aanzien al van ons wist en de andere helft na het peinzend aanschouwen van onze eerste tekening. Van Wijk gaf handenarbeid zonder handen maar mét verhalen en docent De Leeuw verpletterde ons met zijn muzikale autoriteit. Na de eerste les verlieten we ootmoedig en bewust onbekwaam het lokaal, geen noot meer op onze zang hebbend. Sommigen van ons deden daarna toch nog een noodgreep en meldden zich bij een of ander loeiend dorpskoor om iets te doen aan professionele stemvorming. Een positieve waardering was pas echt gegarandeerd als je lid werd van het door hemzelf gedirigeerde schoolkoor. Er waren slimmeriken die dat al heel snel begrepen. Ottevanger overtuigde ons van het zeer nuttige van de lichamelijke oefening en behoedde (heren in shorts, dames in ballonbroeken) voor vervroegde ouwelijkheid en bracht ons in beweging.
We waren onder de indruk van deze rituelen, hoewel we door de hogerejaars van tevoren, zelfs met behulp van professionele imitatie (het verbod op toneel werd op het internaat niet erg nauwgezet nageleefd), uitvoerig waren ingelicht.

Muzikaal intermezzo

Afrijden en afzwemmen zijn actuele termen. Maar ‘afzingen’ is in de buitenwereld een onbekend fenomeen. Bij ons was het echter een beladen term die dreigend en veelzeggend een afgang voorspelde als de 5 makkelijke en 5 moeilijke psalmen, 25 kinderliedjes en een minuutje maatslaan er niet goed inzaten. Vooral dat laatste oefenden we veel op het internaat! De meerstemmigheid ruiste ’s avonds vals uit de geopende tuimelramen. De dag daarna ontkwam niemand aan een solo-optreden als betrof het een auditie voor de Nederlandse Bachvereniging. Mijn vriend uit Zeeland deed zijn best. Hij zong voor een denkbeeldig publiek het opgegeven repertoire. Het ging redelijk voor zover wij dat door het sleutelgat konden waarnemen. Tot het moment waarop de melodie van een bekende psalm ‘op’ was en er nog vier versregels tekst over waren. Die zijn toen op bescheiden toon gereciteerd. Daarna werd zacht gehandeld met het jongsken. De binnenpret van de leraar moet bovenmatig geweest zijn.

Vierde Bedrijf: De loutering

Als we ergens gevormd zijn, dan is het op De Driestar. We reisden niet voor niets urenlang, dus schepten we buitenshuis op over de Goudse opleiding, die de pedagogische academies van Dordt en Rotterdam maar ook van Ede in de schaduw stelde. We liftten in die tijd nog vrij en frank door het vaderland en overtuigden de gastvrije automobilisten van de eer dat zij ons als passagiers mochten vervoeren. Sommigen brachten ons tot voor de aula aan de Ronsseweg, net op tijd voor de weekopening. Diep onder de indruk namompelend: ‘Waar vind je nog zulke studenten?’ vervolgden de bevoorrechten hun weg.
Nou, die vond je bij tijd en wijle hangend aan de balkons van het internaat of diepzinnig redenerend in het “Vat van Duizend Kan” benevens de Markt of onder het schijnsel van een overwerkte bureaulamp, alle vormen van nachtrust negerend vlak voor de tentamens. Theologische dogma’s werden intussen onbevangen verdedigd, aangevallen of herzien; hetzelfde gold voor kerkelijke standpunten. Dat studenten er na het intellectueel intensieve nachtelijke leven een handje van hadden net of net niet op tijd in de eerste les te komen, is voor iedere insider van toen begrijpelijk: de ganzenmars van onze rustplaats naar het hart van de opleiding bedroeg binnendoor maar liefst honderd passen. Dat is haast niet te doen op je nuchtere maag en je geschudde ziel.
Aan het eind van de pauzes schreeuwde conciërge Van der Valk ons “naar de lokalen” en bewaakte op deze zeer persoonlijke wijze voor ons de tijd. Helaas drong zijn stemgeluid niet altijd door tot de docentenkamer.

Vijfde Bedrijf: De lering

De positie van kwekeling was niet eenvoudig. Het betrof een labiele tussenstaat: in de leerschool oefende je gezag uit, hanteerde je een hoge morele standaard, strafte je de ordeverstoorders en de dag erna kon het je overkomen er bij Rekenen uitgestuurd te worden. (Nee, ik weet het: niet iedereen.) Maar misschien is dat wel de beste ervaring: ik ben precies zoals die leerling.Het is tegelijk de eerste en laatste les van mijn gewaardeerde leermeesters, hetzij jong hetzij oud.
 
Dit verhaal verscheen eerder in het magazine ’75 jaar De Driestar’. Benieuwd naar meer verhalen? Bestel het magazine in onze webwinkel.

Meer nieuws

    • De eerste leerling van Piet Kuyt

      In dit jubileumjaar delen we graag mooie verhalen. Neem nu onderstaand verhaal van dhr. Ruissen, één van de eerste leerlingen van Piet Kuyt. Lees zijn verhaal en ontdek hoe het de eerste jaren op de Driestar (en in oorlogstijd) er aan toe ging.

    • Jubileumlied 75 jaar Driestar

      Driestar heeft een heus jubileumlied! Een jury heeft de inzendingen van de dichtwedstrijd voor dit jubileumlied beoordeeld en een winnaar gekozen. De auteur is Hendrik-Jan van Nieuw Amerongen. Het is een lied met vijf coupletten, een mooi geheel, met inhoud en visie. Gods trouw schitterde in het verleden en schittert nu nog steeds, God alleen zij lof en eer! Lees hier de tekst van het lied.

    • Jubileumactie: Bidden met de Schrift voor €7,50

      ‘Ademen is als we gezond mogen zijn op zich niet moeilijk. Dat doen we de hele dag door. Waarom is bidden dan wel zo moeilijk?’. Die vraag stelt ds. A.T. Vergunst in ons nieuwe boek ‘Bidden met de Schrift’. Wil jij het personeel een passend eindejaarsgeschenk geven? Deze praktische handreiking is nu voor slechts €7,50 te bestellen in onze webwinkel.

    • 75 jaar Driestar in beeld en geluid!

      Al 75 jaar leidt De Driestar scholieren en studenten op. Waar komen ze terecht? En, hoe kijken ze terug op hun opleiding? Kijk mee met de introfilmpjes die tijdens de reünie zijn getoond!

    • Weer zingen, huppelen en colleges volgen op jarige Driestar

      I was here. De reünie van Driestar Hogeschool roept veel warme herinneringen op. Al is niet voor iedereen de locatie in Gouda een feest van herkenning. „Hoe is het om weer terug te zijn?” staat er in verbonden schrift op de groene schoolborden in de gang. „Superleuk, maar wel vreemd. Wij kennen deze locatie niet”, schrijven Rijnie en Josina.