Vormend onderwijzen: natuurlijk! Maar hoe? Geplaatst op 8 november 2018 Door Henrieke Hoogendijk

In groep 5 staat het thema ‘Fairtrade’ centraal. Juf Marthe leert haar kinderen over eerlijke handel en fairtrade keurmerken. ‘Wat zou jij kiezen in de supermarkt?’, vraagt de juf. ‘Ga je voor zo fairtrade mogelijk of voor zo goedkoop mogelijk?’ Er ontstaat een mooi gesprek in de klas. De bel onderbreekt: etenstijd. ‘Wat blijft jullie bij van deze les?’, vraagt de juf zich af als de kinderen het lokaal verlaten.

De vraag van juf Marthe is een terechte vraag. Wat heeft zij de leerlingen mee kunnen geven met deze les? Juf Marthe wil de leerlingen uit haar klas vanuit Gods Woord vormen op hun levensreis. Toch blijkt dat niet zo’n makkelijke opdracht te zijn. Hoe doe je dat in de praktijk? Maakt het uit of juf Marthe de waarden achter ‘faitrade’ expliciet benoemt, zoals ‘eerlijkheid’ en ‘naastenliefde’? Is er verschil tussen de aanpak van het gesprek en een aanpak waarbij de kinderen voor het schoolontbijt naar de winkel gaan met een beperkt budget? In dat laatste geval worden de keuzes letterlijk ervaren: bij de aanschaf van fairtrade producten kan er minder gekocht worden. Maar levert dat juist niet iets op?
Rond bovenstaande vragen is in schooljaar 2017-2018 een leertraject geweest waarin onderzoekers van het onderzoekscentrum van Driestar educatief samenwerkten met leerkrachten van de basisscholen uit het VEBAKOWOSZ-samenwerkingsverband op de Veluwe. De opzet en de resultaten van het traject zijn te vinden op www.driestar-educatief/onderwijs-in-waarden. Onderstaand vijf overkoepelende inzichten vanuit de samenwerking, die dienstbaar kunnen zijn aan de praktijk:

Ontwerp en herontwerp je eigen onderwijs

De leerkrachten die participeerde in het leertraject hadden allen meerdere jaren onderwijservaring. Sommige methode-lessen gaven ze jaar na jaar op een vergelijkbare manier. In het afgelopen schooljaar werden zij uitgedaagd om op een nieuwe manier naar hun lessen te kijken. Ze werden uitgedaagd om hun onderwijs (opnieuw) te ontwerpen aan de hand van enkele ontwerpprincipes: hypothetische manieren voor het ontwerpen van lessen waarin waarden bewust werden overgedragen. ‘Dit jaar koos ik ervoor om met Hervormingsdag niet opnieuw het verhaal van Maarten Luther te vertellen’, vertelde een juf hierover. ‘De ontwerpprincipes inspireerden mij voor een andere aanpak. Klassikaal schreven we de leer van de Roomse kerk op het bord en onderzochten we wat Luther daar tegenin bracht. Vervolgens deelde ik de klas in tweeën en gingen de leerlingen als ‘Roomsen’ en ‘Luthersen’ in discussie met elkaar. Ik legde bewust de link met de waarde ‘weerbaarheid’: Luther verweerde zich vanuit zijn geestelijke wapenrusting. In de klas merkte ik een enorme betrokkenheid. Ik geloof dat ze de essentie van de Reformatie nu veel beter hebben begrepen dan wanneer ik alleen het verhaal zou hebben verteld.’

Werk aan een rijke leeromgeving

De les over Hervormingsdag die de leerlingen meekregen was een les waarbij de leerlingen op tal van manieren betrokken werden op de stof. Eerst dachten de leerlingen na over wederzijdse argumenten: ze werden cognitief in het thema getrokken. Dat thema was niet neutraal, maar moreel en religieus geladen: ook deze domeinen van de leerlingen werden aangesproken. Daarna was er de emotionele betrokkenheid: de leerlingen leefden zich in één van de partijen. Via sociale interactie moesten de leerlingen komen tot een goed verloop van de discussie. Ten slotte zorgde het ‘rollenspel’ voor een fysieke betrokkenheid: de leerlingen oefenden weerbaarheid door te dóén; door argumenten te noemen en daarop te reageren. Een dergelijke aanpak, waarbij allerlei domeinen worden aangesproken, geeft de verschillende leerlingen de mogelijkheid om betrokken te raken op het thema en de les. De ene leerling leert een waarde via redeneren, de andere leerling moet emotioneel betrokken raken en een derde leerling wil letterlijk aan de slag, om een waarde te verinnerlijken.

Geef leerlingen de ruimte

Het verinnerlijken van waarden is een geheim proces dat zich in de leerling voltrekt. Als leerkracht kunnen we daarin bijdragen, door thema’s en waarden zo ‘dichtbij’ mogelijk te brengen. De leerling heeft daarna echter ruimte nodig om de waarde zelf te overwegen en wellicht te verinnerlijken. Als leerkracht kun je deze ruimte bewust geven. Laat leerlingen bijvoorbeeld een verhaal afschrijven waarin een moreel dilemma centraal staat. In de klas van Lieke wordt Jonathan gepest omdat hij klein is en andere kleding draagt. Al Liekes vriendinnen doen eraan mee. Wat doet Lieke? Leerlingen kruipen in de huid van de hoofdpersoon en moeten keuzes maken tijdens het schrijven. Dat kan hen vormen. Is het belangrijker om deel te blijven uitmaken van de groep, of om op te komen voor de ander? 

Wees een expliciet rolmodel

Als leerkracht laten we voortdurend gedrag zien dat voortkomt uit onze eigen waarden. Vanuit betrokkenheid en naastenliefde hebben we oog voor alle leerlingen met hun individuele talenten. Een ruzie willen we op een eerlijke manier uitpraten en met een rechtvaardige berisping of maatregel afhandelen. Vaak echter, benoemen we als leerkracht onze eigen waarden niet. Maar is het voor een leerling duidelijk dat je tweedehands producten koopt voor in de klas omdat je rentmeesterschap een belangrijke waarde vindt? Als we onze eigen waarden, die verstopt zitten achter ons handelen, benoemen, dan kan een leerling in de praktijk zien hoe een waarde te maken heeft met gedrag. ‘De juf heeft het vaak over zelfbeheersing, en als ze boos is laat ze dat ook zien. Dan schreeuwt ze niet, maar haalt ze diep adem en zegt ze dat ze de leerling even niet wil zien. Daarna praten ze het uit. Het werkt wel. Misschien ga ik het ook eens proberen.’

Leer van en met elkaar

Het traject met de VEBAKOWOSZ-scholen was leerzaam in meerdere opzichten. Naast de kennis die het opleverde over waardenonderwijs in de praktijk, leerde de samenwerking opnieuw hoezeer theorie en praktijk elkaar nodig hebben. De theorie biedt inzichten aan de praktijk, de praktijk levert kennis voor nieuwe theorie. Het traject rond de vorming van leerlingen was moeilijker dan gedacht en er werden fouten gemaakt – maar dat waren leerzame fouten. Samenwerken is zo nodig bij een abstract maar essentieel thema als dit! Ook de samenwerking tussen leerkrachten is hierbij onmisbaar. De leerkrachten uit het traject werden erg geïnspireerd door elkaars lesontwerpen. “Wat prachtig dat je de waarde zo concreet hebt gemaakt in de klas”, klonk het meer dan ééns. En: “Wat een leuke aanpak, dat ga ik ook eens proberen.” Enthousiaste en inspirerende momenten gun je elkaar en kun je gemakkelijk organiseren. Denk aan een uitwisseling van een gouden vormingsmoment, aan het begin van een teamvergadering. Of een inspiratiemoment waarbij leerkrachten op een poster schrijven hoe ze de waarde ‘matigheid’ verweven in hun lessen. Het zorgt ervoor dat de vorming van leerlingen niet een toevallig bijproduct blijft van de lessen, maar een bewuste doelstelling wordt die het hele onderwijs doortrekt.