Bestaat de christelijke les? Geplaatst op 10 maart 2017 Door Willemieke Reijnoudt-Klein

Dat de ‘christelijke leraar’ bestaat; daarover wordt niet getwijfeld in christelijk onderwijsland. Er is zelfs een lectoraat Christelijk leraarschap geweest waarin veel onderzoek is gedaan binnen deze thematiek. Dat de christelijke leraar zijn handelen laat sturen door zijn of haar christelijke geloofsovertuiging, ook daarover is geen discussie. Maar op de vraag of een ‘christelijke les’ bestaat, hoor ik verschillende geluiden.

Een situatie: een groep pabostudenten buigt zich over het thema ‘brood’ in de klas. Ze bediscussiëren een lesontwerp over dit thema. Verschillende soorten brood worden bekeken, gevoeld en geproefd. Vervolgens voeren ze een gesprek over de vragen ‘hoe brood nu gemaakt wordt’, ‘hoe belangrijk is tarwe voor mensen?’, ‘waarvoor gebruiken we tarwe?’, ‘is brood nu wel of niet gezond?’. De studenten vragen zich vervolgens af of het na zo’n intensief gesprek (wat ook met leerlingen gevoerd gaat worden) mogelijk is om te denken over het Bijbelwoord: ‘Ik ben het Brood des Levens’. De groep wordt het erover eens dat deze Bijbelse waarheid, juist in deze les, automatisch voortvloeit uit het thema. Het is niet het bekende ‘extra sausje’ over de les. Het is juist een extra – waarheidsgetrouwe – dimensie over het thema ‘brood’. Daarmee geven ze aan dat deze les als een christelijke les kan worden beschouwd.

(Niet veel later, ná de les, red ik het brood uit de prullenbak. Het niet weggooien van brood, is niet zo vanzelfsprekend voor iedereen. Interessant is daarna het gesprek met de student waarin het gaat over de vraag hoe je een voorbeeld bent voor leerlingen. Ja! Dat ben je ook wanneer de les beëindigd is en je het brood niet weggooit. Practise what you preach!)

Of de christelijke les bestaat, is bij het thema ‘brood’ wel duidelijk. Maar in het voorbijgaan en in gesprek met leraren hoor ik toch verschillen: ‘de christelijke leraar doet ertoe, maar spreek niet over een christelijke les’, ‘is er sprake van christelijke thema’s?’, ‘er bestaat toch geen christelijk rekenen?’ De schooldirecteur bevestigt aan mij dat er in zijn team ook verschillend wordt gedacht over deze vraag. Ook bij studenten merk ik dat op deze vraag geen ‘automatisch ja’ wordt gegeven. Maar in een workshop over ‘What if learning’ valt het me op dat de deelnemers het ‘wonderful’ vinden wat er aan de andere kant van Het Kanaal gebeurt om een christelijke les te maken. Daar kan het wel…

Belangrijk bij dit onderzoek is dus om in ogenschouw te nemen dat op voorhand deze vraag niet eensluidend beantwoord wordt. Toch ben ik ervan overtuigd dat we in gesprek met elkaar tot een gemeenschappelijk idee kunnen komen over goed christelijk onderwijs. En dan wil ik toch een stapje verder komen dan ‘het toevallige moment’ of ‘het gouden moment’.

Van harte uitgenodigd om kritisch mee te denken!

Willemieke Reijnoudt werkt binnen het onderzoekscentrum samen met Henk Vermeulen, Jan Veldman en Willemieke de Jong aan het onderzoek 'Christelijk lesgeven als opleidingsdoel'.