Een kind met Down: regulier of speciaal onderwijs 26 januari 2016

Moet een kind met het syndroom van Down zo lang mogelijk meedoen in het reguliere basisonderwijs of zo vroeg mogelijk instromen op een school voor zeer moeilijk lerende kinderen (ZML)? Orthopedagoog Janneco 't Hart gaat in dit artikel samen met Aganneke Keus (teamleider speciaal onderwijs) in op deze vraag.

“We wilden dat Jochem zo lang mogelijk naar de gewone basisschool ging”, vertelt Elise. Haar zoon Jochem heeft het syndroom van Down. “We wilden hem daarmee veel kansen bieden om te leren en vonden de sociale omgang met leeftijdsgenoten belangrijk. Pas toen hij tien jaar was, maakten we de overstap naar het speciaal onderwijs. Dat viel in het begin niet mee.”

Elise: “We moesten erg wennen toen Jochem net naar zijn nieuwe school ging. Er kwam een terugval op didactisch gebied; Jochem leek stil te staan met lezen en ook zijn rekenvaardigheden gingen niet vooruit. Nu zijn we echter blij met de keuze voor deze school voor zeer moeilijk lerende kinderen. Ik zie dat mijn zoon groeit, met name op het gebied van zelfstandigheid. Hij leert dingen als koken, stofzuigen en technische reparaties verrichten. Dat zou hij op de gewone basisschool nooit aangeleerd krijgen!”

Moet een kind met het syndroom van Down zo lang mogelijk meedoen in het reguliere basisonderwijs of zo vroeg mogelijk instromen op een school voor zeer moeilijk lerende kinderen (ZML)? Wat zijn de voor- en nadelen van meedoen in het regulier basisonderwijs of plaatsing op een ZML-school? Wat is voor ieder
individueel kind het beste? Wat ons betreft heeft het beantwoorden van die vragen alles te maken met sociale integratie van kinderen. Juist kinderen met het syndroom van Down hebben vaak een goede sociale antenne. Dat kan hen helpen en sterk maken in een gewone basisschoolklas, maar komt soms juist beter tot ontwikkeling in het speciaal onderwijs.

(lees verder onder de afbeelding)

De Rank ZML

Hoe wordt aan sociale ontwikkeling aandacht gegeven op een ZML-school? Het onderwijs op De Rank in Barendrecht staat in het teken van ABC: Actief, Betekenisvol en Concreet leren. De kinderen worden actief betrokken bij de les. Wat zij leren moet voor henzelf betekenis hebben en bijdragen aan hun zelfstandigheid. Tot slot zijn leerkrachten erop bedacht
dat wat kinderen leren concreet toepasbaar moet zijn. Een voorbeeld uit het rekenonderwijs: Voordat de leerlingen sommen leren, moeten ze eerst de tafel kunnen dekken. Als ze zowel op school als thuis weten hoeveel borden ze moeten pakken, wordt rekenen actief, concreet en betekenisvol in hun eigen context. Natuurlijk besteedt ook een ZML-school veel aandacht aan vakken als rekenen en lezen. Daarnaast is zelfstandigheid van de kinderen essentieel. Ontwikkeling van leerlingen is een speerpunt; leerkrachten voelen zich verplicht naar hun leerlingen om hen zover mogelijk zelfstandig te laten worden. Deze nadruk op ontwikkeling gaat gelijk op met veel aandacht voor het welbevinden van de leerling. Binnen het speciaal onderwijs hebben we hier meer mogelijkheden voor dan in het regulier onderwijs. De klassen zijn kleiner en er is daardoor meer individuele aandacht en begeleiding mogelijk in de groep.

Kinderen met Down hebben dezelfde plek binnen het onderwijs als de andere kinderen die de ZML-school bezoeken. Net als bij alle leerlingen is er meer dan in het regulier basisonderwijs aandacht voor hun individuele behoeften en eigen leerproces. Het mooie van een ZML-school is dat het onderwijs is toegespitst op alle facetten van de verstandelijke beperking van het kind. Het grote doel is alle leerlingen op hun eigen manier zo veel mogelijk zelfredzaam maken.

Overstap

De meeste leerlingen met het syndroom van Down gaan op jonge leeftijd naar een school voor speciaal basisonderwijs. Een groot voordeel van eerst een tijdje naar de basisschool in de eigen woonomgeving gaan, is dat het kind andere kinderen in de buurt leert kennen. Na schooltijd kunnen zij dan met elkaar spelen. In het dorp of de wijk komen ze bekende kinderen tegen. Het besluit om door te verwijzen wordt door school en ouders meestal genomen omdat de gewone basisschoolgroep teveel prikkels geeft en het tempo van onderwijs voor de leerling te hoog is. Vooral de overstap naar groep 3 is vaak te groot voor deze leerlingen. Er is dan ineens veel aandacht voor cognitieve ontwikkeling en de kinderen kunnen veel minder spelen. Het vergt veel van kinderen met het syndroom van Down om lange tijd op een stoel te moeten zitten. Dat is niet altijd aan hen te merken, hoewel veel kinderen in hun gedrag wel laten zien dat zij overvraagd worden. Ze worden dan dwars en koppig, of vertonen clownesk gedrag in de groep.

Individuele aandacht

Ouders van Sophie, een kind met het syndroom van Down: “Toen Sophie vier jaar werd, hebben we haar aangemeld bij de plaatselijke basisschool. Ze kwam daar in een klas met 31 andere kleuters. Het tempo en het niveau lag een stuk hoger dan wat onze dochter aan kon. Tijdens het eerste jaar zijn we op oriëntatiebezoek geweest op De Rank ZML. Wat ons opviel, waren de kleinere klassen en de individuele aandacht voor elk kind. Wat ons bijzonder aansprak, was het samen opgaan van en didactisch leren en de aandacht voor het zelfstandig maken van de leerlingen. In overleg met de basisschool hebben we toen besloten dat na een jaar groep 1 onze dochter de overstap zou gaan maken naar het ZML.”

Sociale integratie

Kinderen met het syndroom van Down zijn vaak goed in het imiteren van andere kinderen. Dat is een kans als zij deelnemen aan het regulier onderwijs. Als zij kinderen met een iets hoger niveau als voorbeeld kiezen, kan dit hun eigen ontwikkeling positief beïnvloeden. Een gevaar hiervan is wel dat de leerkracht hen overvraagt of dat zij zichzelf te hoge eisen opleggen. In de praktijk krijgen kinderen met het syndroom van Down in het regulier onderwijs vaak les buiten de groep, bijvoorbeeld door met een onderwijsassistentsamen aan de slag te gaan. Dat betekent dat zij beperkt deelnemen aan het groepsproces in de klas. Terwijl juist het meedoen met andere kinderen een positieve invloed kan hebben op het bijsturen in gedrag. Aan leerlingen die op wat oudere leeftijd overstappen naar een ZML-school is vaak goed te merken dat zij niet goed in een groep kunnen functioneren. Zij zijn niet allemaal gewend aan in de klas zelfstandig leren en handelen. De leerkracht merkt dit bijvoorbeeld bij zelfstandig werken. Een leerling die lang individueel begeleid is, zal niet uit zichzelf beginnen met de opdracht, maar wacht tot hij door de leerkracht aan de slag wordt gezet.

Kinderen leren in interactie met andere kinderen. Bij de keuze om al dan niet de overstap te maken van regulier naar speciaal onderwijs, is ‘sociale integratie’ daarom het sleutelwoord. Daarmee bedoelen we dat kinderen volwaardig meedraaien in het groepsproces in de klas en daar ook een eigen plekje in innemen. De groep vormt het karakter van kinderen. Samen delen, op je beurt wachten, leren door een antwoord van een ander kind, luisteren naar elkaar: dat soort dingen leer je in een groep. Als kinderen teveel alleen werken kan dat ervoor zorgen dat zij verwend worden. Ze zijn eraan gewend dat er altijd iemand beschikbaar is die hen helpt en bijstuurt. Ze leren soms niet goed om op hun eigen niveau verantwoordelijk te zijn voor hun eigen leerproces. Het is onze ervaring dat vroeg instromen op een ZMLschool
als voordeel heeft dat een leerling vanaf het begin opgroeit tussen gelijken. De ene keer ben jij de beste en de volgende keer is een ander dat. Je bent niet het buitenbeentje van de klas, maar een van de twaalf leerlingen in de groep.

Overstap

Kinderen met het syndroom van Down leren in het regulier onderwijs meer van de schoolvakken die daar worden aangeboden. Op deelgebieden zijn zij soms goed ontwikkeld. Leren lezen krijgt op een gewone basisschool veel aandacht, terwijl dit in het speciaal onderwijs minder belangrijk wordt gevonden. Als kinderen dan later om andere redenen toch overstappen naar een ZML-school, vallen de leervorderingen vaak tegen omdat dit niet de primaire focus
is op deze school of omdat de lessen anders worden aangepakt of ingevuld. Soms hangt dit samen met de energie die het kinderen kost om in de groep te functioneren. Het is goed als school en ouders die nadenken over het doorverwijzen van een kind zich hier vooraf van bewust zijn. Wanneer de overstap gemaakt wordt, is het belangrijk dat de reguliere basisschool en ouders met elkaar bespreken dat de focus anders ligt op het speciaal onderwijs. Wanneer ouders dit al vroeg horen, zijn ze in de gelegenheid om hier vast aan te wennen en eventueel hun verwachtingen bij te stellen.

Onze ervaring is dat leerlingen met het syndroom van Down vaak een goede sociale antenne hebben. Ze voelen vaak haarfijn aan wat er speelt en ook op welke manier ze anderen voor zich kunnen winnen. Juist met dat besef in je achterhoofd, is het voor deze kinderen belangrijk dat we in het onderwijs deze sociale antenne goed gebruiken. Dit betekent in het regulier onderwijs dat we wijs omgaan met deze antenne. Leerlingen met het syndroom van Down moeten zo gewoon mogelijk meebewegen in een groep en geen uitzonderingspositie krijgen.

Nog even terug naar Elise en Jochem. Na een heel aantal jaar in het regulier basisonderwijs, waar Jochem onder andere leerde lezen, maakten zijn ouders de keuze om hem aan te melden bij een ZML-school. In het begin liepen zij er tegenaan dat zijn ‘harde’ leerprestaties terugliepen omdat er veel minder aandacht was voor cognitieve ontwikkeling en hij zijn plekje moest vinden als gelijke tussen zijn medeleerlingen. Pas na twee jaar zien zij dat dit onderwijs weer nieuwe aspecten aan zijn ontwikkeling toevoegde omdat hier veel aandacht is voor zijn zelfstandigheid. Nu zien ze hoe hij als jongen met het syndroom van Down op zijn manier voor zichzelf kan zorgen en leert werken.

Dit artikel verscheen eerder in ZorgPrimair. 

Auteurs

Janneco 't Hart-Heijboer is orthopedagoog bij Driestar onderwijsadvies. Aganneke Keus is teamleider speciaal onderwijs op De Rank ZML in Barendrecht.

Meer nieuws

    • Lectoraatsdag - live uitzending

      Het Protestants Centrum voor Godsdienstig Vormingsonderwijs (PC GVO) begint een lectoraat in samenwerking met Driestar educatief. Op 29 september vindt de aftrap plaats. We vieren dat er een lectoraat is ingericht voor PC GVO en Dr. Jan van Doleweerd wordt geïnstalleerd als lector.

    • Zet het vast in je agenda: de Mediawijsheidschallenge 2021

      Vloggers, mediamijders, Insta-fanaten: ze zitten allemaal in je klas. En allemaal hebben ze een gezond portie mediawijsheid nodig. Want hoe voorkom je identiteitsfraude, welke informatie weet Google van jou en wat zijn cookies? Ontdek de mediawijsheid van je klas tijdens de jaarlijkse Mediawijsheidschallenge die start in de Week van de Mediawijsheid!

    • 'A sense of community' binnen het schoolteam

      Stel je binnen je team weleens de vraag: ‘Willen jullie even meekijken. Hoe kan ik het beste inspelen op de vraag van leerling Hidde?’ De sfeer binnen je team moet veilig zijn om zo’n vraag te durven stellen. Je laat er immers mee zien dat je je minder competent voelt. Veiligheid biedt ruimte om te benoemen dat je je handelingsverlegen voelt en hulp nodig hebt.

    • Boekenopdracht Boekenweek voor jongeren

      Rond de Boekenweek van jongeren (17-26 september) kan een bericht over jeugdliteratuur natuurlijk niet ontbreken. Gelukkig wordt op alle VO-scholen steeds meer gelezen. Dat dat hard nodig is, weet iedereen. Een groeiend aantal docenten maakt gebruik van de website www.boekenopdracht.nl, een initiatief van de CVHO en Driestar educatief.

    • ‘Gidsen’ daagt uit tot goed gesprek over christelijke schoolpedagogiek

      Geen onbetwistbare onderwijsdogmatiek, maar een ‘open schoolpedagogiek’ hebben dr. Bram de Muynck en dr. Bram Kunz willen schrijven. Met Gidsen hopen ze ‘heel nadrukkelijk’ een goed gesprek te beginnen over het waartoe van christelijk onderwijs anno nu. ‘Met vakgenoten vanuit eigen kring, maar ook met collega’s van buiten.’