Over geloof, moed en nog een paar dingen Geplaatst op 5 maart 2019 Door H. (Henk) Vermeulen

Onlangs rondde ik op een van de reformatorische scholen een ‘PLG christelijk leraarschap’ af. PLG staat voor professionele leergemeenschap: een mooie vorm waarin collega’s met en van elkaar leren rondom een bepaald thema.


Het thema christelijk leraarschap mag zich gelukkig in een groeiende aandacht verheugen, en toch wordt er op veel scholen nog ‘gewoon’ lesgegeven. Wat is er nodig om het ‘gewone’ voorbij te komen? In de laatste bijeenkomst van de PLG bespraken we vijf woorden.

Het eerste dat we nodig hebben is geloof. Het geloof dat God de Schepper is van ons leven en dat van onze leerlingen – en dat daarmee ons hele leven voor Zijn aangezicht is. Het geloof ook dat Hij als Schepper recht heeft op ons leven. Niet op een stukje, een dag in de week bijvoorbeeld. Ook niet op een stukje van de schoolweek van onze leerlingen, bijvoorbeeld tijdens de Bijbelvertelling of bij de godsdienstles.

Het tweede woord dat langskwam is bewustheid. Het is het besef dat we geen terrein in ons leven kunnen isoleren, los van God kunnen houden. Positief geformuleerd: dat er vanuit alle schoolactiviteiten (in en buiten de les) lijnen getrokken kunnen worden naar God. Dus niet zoals die leraar ooit tegen me zei: ‘Ik ben docent Nederlands’, met de intonatie van: ‘Dan hoef ik me toch niet met de vraag naar God in mijn lessen bezig te houden?!’ Wel zoals andere leraren tegen me zeggen: ‘Ik denk dat het belangrijk is om die link te leggen, maar hoe doe ik dat in de praktijk?’

In de praktijk is daarvoor een grondige vakkennis nodig. Alleen een leraar die zijn of haar vak helemaal beheerst overziet het totaal van wat aan de orde is. Daar hoort een grondige visie op je werk bij: wat is mijn taak als leerkracht in het primair onderwijs; hoe ziet een christelijke visie op mijn vak in het voortgezet onderwijs eruit? Een leraar die met moeite een hoofdstuk voor blijft op de leerlingen komt aan het leggen van verbinding met het geloof niet toe. Of het wordt een soort goedkope klankexegese, die ook nog eens heel vaak op hetzelfde neerkomt.

Daarom is ook creativiteit heel belangrijk. Die is sowieso voor het leraarschap onmisbaar: steeds weer zoek je naar nieuwe manieren om je leerlingen aan te spreken en mee te nemen. Die creativiteit kan ook helpen bij het zoeken naar verbinding met het geloof. De ene keer in een gesprek n.a.v. een leestekst, de andere keer in een ethische kwestie die je opwerpt n.a.v. een opdracht, de derde keer in een nieuwsitem – en op zoveel andere creatieve manieren. 

Er zijn leraren die dat helemaal niet zien zitten. Het programma moet af, de toets komt eraan, ik word afgerekend op de examenresultaten van mijn leerlingen… Wie herkent de argumenten niet? Wie kan er niet vele bij verzinnen? En daarom is ook moed onontbeerlijk. De moed om je taak als leraar breed op te vatten. De moed om soms een deel van een hoofdstuk wat korter te behandelen, omdat je over het andere deel uitgebreider wilt praten met de klas. De moed om echt vormend onderwijs te geven.

Geloof, moed en nog een paar dingen… Dat vraagt om een voortdurend gebed zoals de apostel Jacobus ons dat voorzegt. (Jacobus 1 : 5)

Ook geïnteresseerd in een professionele leergemeenschap christelijk leraarschap met je team, je vakgroep of een willekeurige groep collega’s? Neem contact op met Henk Vermeulen