Een nieuw rapport: waar moet je op letten? Geplaatst op 11 mei 2016 Door Leon van Dalen

Een basisschoolrapport is allang geen simpel overzicht meer van behaalde cijfers. Zeker met behulp van ParnasSys kun je veel meer op het rapport kwijt dan voorheen. Onderwijsadviseur Leon van Dalen gaat in op de kernvraag waarom we eigenlijk rapporten meegeven en waar we op moeten letten bij het ontwikkelen van een nieuw rapport.

Het rapport is volgens de Van Dale ‘een overzicht van behaalde cijfers’. Een blik op de huidige rapporten maakt al snel duidelijk dat die omschrijving behoorlijk gedateerd is, althans voor de meeste rapporten in het basisonderwijs. Er staan er ook dingen op als gedrag, werkhouding, concentratie en samenwerken. De mogelijkheden zijn haast eindeloos. Als een school wil overstappen naar een nieuw rapport of aanpassingen wil doen, wordt daarom vaak lang gediscussieerd over wat erop moet komen. Belangrijk is echter om eerst met elkaar stil te staan bij het ‘waarom’ van het rapport. 

Waarom geven we eigenlijk een rapport mee?

Het rapport is een onderdeel van de verantwoording die de school aflegt. Maar waarom en aan wie doet de school dat? Is het een verslag over het kind, bedoeld voor ouders of verzorgers? Is het een verslag voor het kind? Duidelijk is dat het rapport niet alleen voor het kind kan zijn. De school is namelijk wettelijk verplicht (Wet op het primair onderwijs, artikel 11) om over de vorderingen te rapporteren aan de ouders. Het kind betrekken bij het rapport(gesprek) is uiteraard wel mogelijk. Als we vanuit de wet verder redeneren is het maar de vraag of er een rapport opgesteld moet worden. De school rapporteert namelijk al veel vanuit het leerlingvolgsysteem door gesprekken, het meegeven van toetsresultaten en opgestelde plannen of bijvoorbeeld door ouders de schriften van hun kind te laten inzien. Wat dat betreft zijn er nu veel meer middelen en mogelijkheden dan vroeger. Lange tijd was het rapport het enige middel om schriftelijk verantwoording af te leggen. Samenvattend zou je kunnen zeggen dat alles wat de school over de vorderingen van het kind deelt met ouders, valt onder de term ‘rapporteren’.

Rapport als periodieke evaluatie

Je kunt het rapportgesprek zien als een evaluatie(moment). Op dat moment evalueer je de stand van zaken met de ouders (en het kind). Je evalueert welke lesinhouden en doelen aan de orde zijn geweest en hoe het in de afgelopen periode is gegaan. De evaluatie vindt dan plaats in een gesprek met behulp van het rapport.
De werkvreugde rondom de rapportperiode neemt toe als het rapport een logisch verlengstuk is van het dagelijks werk in de klas.
Vaak is het rapport voor leerkrachten veel werk. Dat komt waarschijnlijk omdat het rapport geen deel uitmaakt van de jaarcyclus rondom planmatig werken. Vaak is dat te zien bij scholen die drie rapporten meegeven. De werkvreugde rondom de rapportperiode neemt toe als het rapport een logisch verlengstuk is van het dagelijks werk in de klas. Veel scholen rapporteren daarom halfjaarlijks, omdat de periode dan samenvalt met de periode van de groepsplannen en individuele plannen en de afname van de Cito-toetsen. Een opvallend verschijnsel is dat de jaarevaluatie vaak niet plaatsvindt in een rapportgesprek voor de zomervakantie, maar dat het rapport dan alleen maar wordt meegegeven aan het kind. Het verdient aanbeveling (ondanks de drukte in die periode) toch het rapport met de ouders te bespreken, of in ieder geval de mogelijkheid daartoe te bieden.

Hoe rapporteer je de ontwikkeling van het kind?

Na het waarom komen we nu uit bij het hoe en wat van het rapport. De inhoud van de rapporten op scholen is soms behoorlijk verschillend. Je kunt daar een beeld voor gebruiken. Zie je het rapport als een film of als een foto? Je rapporteert over de ontwikkeling (film) of over de stand van zaken (foto). Ontwikkeling kun je in beeld brengen via genormeerde toetsen of via een observatie-instrument waarbij de doelen gekoppeld zijn aan de (didactische) leeftijd.
Het kind kan dan vergeleken worden met de ‘gemiddelde’ leerling en de groei kan in beeld gebracht worden. Dit kun je het tonen van de film noemen. Veel scholen maken gebruik van methodes en de bijbehorende toetsen. In het rapport worden dan de behaalde scores vermeld. Daarmee wordt aangegeven hoe goed het kind zich de lesstof eigen heeft gemaakt in de achterliggende periode. Je kunt dat vergelijken met het maken van een foto. In de onderbouw van veel scholen wordt nog op een andere manier gerapporteerd, namelijk via het plakboek (of anders gezegd: het portfolio). Dat wordt vaak samengesteld door de leerkracht. Ook dit is een manier om verslag te doen van de ontwikkeling van het kind, waarbij het kind een eigen inbreng heeft en kan laten zien aan welke doelen het heeft gewerkt.

Waarderen of oordelen

De onderdelen waarover een school wil rapporteren zijn meestal redelijk snel helder. De discussie barst vaak los over hoe die onderdelen gewaardeerd of beoordeeld moeten worden. Er zijn verschillende varianten beschikbaar. Bijvoorbeeld cijfers, percentages, woordbeoordeling (onvoldoende, matig, voldoende, goed), rondjes, items met keuzeantwoorden (weinig, regelmatig, vaak) of standaard keuzezinnen). Ouders en het kind verwachten dat het kind een volgende keer een hoger cijfer (of hogere waardering) haalt. Dan is er sprake van groei.
Regelmatig blijkt dat een leerkracht op het eerste rapport een voorzichtige inschatting maakt en op het laatste rapport wat ruimhartiger is. 
De overweging hoe de leerkracht tot een cijfer komt, is vaak niet bekend bij ouders. De leerkracht zou zich moeten afvragen of het ‘exacte‘ (zoals becijfering) een juist middel is om datgene uit te drukken wat hij wil vertellen. Regelmatig blijkt dat een leerkracht op het eerste rapport een voorzichtige inschatting maakt en op het laatste rapport wat ruimhartiger is. De vraag is of er dan sprake is van groei! Er is juist een gelijkmatige groei als het cijfer gelijk blijft omdat de lesstof moeilijker wordt. Daarnaast is het een vraag hoe je weergeeft wat een leerling qua gedrag en werkhouding laat zien. Is er veel verschil tussen ‘vlijt: 7’ en ‘werkhouding: voldoende’?

Verschil tussen Cito en rapport

Een belangrijk aandachtspunt is ook het mogelijke verschil tussen de resultaten op het rapport en de scores op de Cito-toetsen. Als het rapport inzichtelijk maakt of het kind de verwachte groei op zijn niveau doormaakt, zal dat verschil geen vragen oproepen. Is dat niet het geval, dan kunnen ouders terecht vragen: ‘Mijn kind heeft allemaal achten op zijn rapport, maar waarom kan hij niet naar het vwo?’ De aanbeveling is dan niet om de cijfers dan maar af te romen, maar juist inzichtelijk te maken hoe de ontwikkeling van het kind op zijn niveau is, of duidelijk te maken dat het verschil zit in het feit dat Cito-toetsen meten hoe kennis toegepast wordt en dat een methodetoets kortgeleden aangeleerde kennis meet. Kortom, de rapporten zijn duidelijke markeerpunten in de schoolloopbaan van het kind, waardoor het kind en zijn ouders het leer- of ontwikkelingsproces samen met de leerkracht kunnen evalueren. De vorm van het rapport moet de visie van de school weerspiegelen. Dan pas is het rapport een passende rapportagevorm.

Dit artikel verscheen eerder deze maand in DRS Magazine.

Meer weten over de ontwikkeling van een nieuw rapport en onze begeleiding (met of zonder het programma ParnasSys)? Klik hier!