Ik wil iets anders worden  7 februari 2018 Door Martin Donk

Het is een koude maandagmorgen. De wekker gaat extra vroeg: vandaag is mijn eerste stagedag in de onderbouw. En niet zomaar de onderbouw: de komende weken wordt groep 0/1 aan mij toevertrouwd. Ik heb er zin in, maar weet ook niet goed wat ik moet verwachten.  

Door het raam van het lokaal zie ik de kleine kleuterstoeltjes al staan, met daartussen de grote stoel voor mij. Aan het raam pronken de creaties van de leerlingen. Ik besef dat het ontraadselen van de willekeurige vormen en slierten een onmogelijke taak gaat worden de komende weken. Nog snel neem ik een beker met het onmisbare zwarte goud voor veel leerkrachten: koffie. 

Even later druppelen de eerste leerlingen al binnen. Nog enigszins verbaasd en bang, maar vooral nieuwsgierig kijken ze met pretoogjes in mijn richting. Al snel worden er vragen gesteld over hoe oud de meester is en of ik getrouwd ben met de juf. Een jongetje vraagt nog enigszins verbaasd: ‘’Bent u wel echt een man?’’ Ik weet niet of ik dit als een belediging op moet vatten of dat het slechts de onnozelheid van deze jongeman is. Laten we uitgaan van het laatste.

We doen een voorstelrondje. Elk kind mag zijn naam zeggen en iets vertellen over wat hij later wil worden. Naast alle hulpdiensten, prinses en moeder is er een jongen met een heel bijzondere toekomstdroom. Het is helemaal stil en zonder te blikken of blozen zegt hij: "Dinosauriër." Ik kijk hem verbaasd aan en moet mijn uiterste best doen om niet in de lach te schieten.

Een tijdje later is het pauze. Vanuit mijn ooghoek zie ik de jongen rennen. Zijn kleine handen houdt hij als grote klauwen voor zich uit en zijn mond staat wagenwijd open, zodat al z’n melktanden glinsteren in de zon. Hij probeert een grommend geluid te maken. Het plaatje is compleet: er staat een dino op het plein. Ik glimlach. Ik realiseer me dat ik de geleerde theorie hier in de praktijk zie: kleuters kunnen zich goed voordoen als iets of iemand anders. Bij kinderen van deze leeftijd loopt werkelijkheid en fantasie nog door elkaar heen. Het levende voorbeeld zet als bevestiging nog even zijn tanden in mijn nieuwe winterjas.

Na deze stagedag bij de kleuters weet ik het zeker: ik wil ook een dinosauriër worden.