De kracht van onze samenleving ligt niet in eenvormigheid, maar in het vermogen om verschillen te verdragen binnen gedeelde spelregels, zowel binnen de school als in de brede samenleving. Dat geeft de vrijheid van onderwijs voluit bestaansrecht.
De verkiezingsuitslag van 2025 heeft Nederland opnieuw een bont politiek palet gegeven. Ogenschijnlijk ligt een coalitie van VVD, CDA, D66 en GroenLinks-PvdA het meest voor de hand. Anderen hopen op een kabinet met VVD, CDA, D66 en JA21. In beide gevallen staat één onderwerp in ieder geval op de agenda: artikel 23 van de Grondwet, de vrijheid van onderwijs.
Steeds meer hoor je de roep om een ”pragmatische modernisering” van artikel 23. De Grondwet blijft dan formeel overeind, maar de wetgeving wordt aangescherpt. Dat kan bijvoorbeeld inhouden dat scholen leerlingen en leraren niet meer mogen weigeren op grond van geloof, geaardheid of levensovertuiging, dat identiteitsverklaringen niet meer als voorwaarde voor toelating gehanteerd mogen worden of dat de Inspectie van Onderwijs meer ruimte krijgt om te handhaven bij gebrekkige inclusiviteit.
Zo wordt de vrijheid van onderwijs niet formeel afgeschaft, maar wel onder curatele gesteld: de vrijheid die ooit bedoeld was om diversiteit te beschermen, verandert langzaam in een vrijheid onder toezicht.
Diversiteit vergt verdraagzaamheid
Wanneer onze overheid gelijkheid tot morele uniformiteit verheft, verliest onze democratie haar zuurstof. De overheid doet dan alsof er één juiste visie is op het goede leven en wie daarvan afwijkt, wordt als problematisch gezien. Dat is niet de weg naar een rechtvaardige samenleving, maar naar een smalle, gesloten cultuur waarin verschil verdacht is.
Democratie veronderstelt juist het verdragen van verschil. Juist het ongemak dat ontstaat tussen overtuigingen –religieus of seculier, conservatief of progressief– maakt een samenleving levendig en vrij. Vrijheid vraagt niet om consensus maar om een respectvol naast elkaar leven. Dat vraagt ook van elke christen om een houding en woorden waaruit blijkt dat tolereren verdragen betekent. Juist als dat pijnlijk is.
En dat heeft een plek in goed burgerschapsonderwijs; het gaat om luisteren, interesse tonen, vertellen en dat naar twee kanten toe oefenen. Op christelijke en reformatorische scholen zijn tal van voorbeelden van deze oefening –samen met seculiere scholen of andere religieuze groepen– inmiddels veelvuldig te vinden. De leerkracht is daarin de sleutel.
Bijbels burgerschap
Juist nu is het tijd dat wij, als christelijk en reformatorisch onderwijs, niet alleen reageren maar ook zelf de stap in gezamenlijkheid naar voren zetten en laten zien wat vrijheid echt betekent. We kunnen tonen dat ons burgerschapsonderwijs niet in strijd is met de (Grond)wet maar er juist uit voortvloeit. Daarbij voedt en kleurt de Bijbel dit onderwijs voluit:
- Menselijke waardigheid. Elk kind is geschapen naar Gods beeld (Genesis 1:27). Burgerschap begint bij het besef dat ieder mens onvoorwaardelijke waarde heeft.
- Verantwoordelijkheid. We leren kinderen dat vrijheid niet vrijblijvend is, maar altijd verbonden is aan verantwoordelijkheid voor God, de naaste en de schepping (Micha 6:8).
- Rechtvaardigheid. We oefenen met leerlingen om eerlijk te oordelen, recht te doen aan wie zwak is en vrede te zoeken (Spreuken 21:3).
- Dienstbaarheid. De samenleving is geen markt van meningen maar een gemeenschap van mensen die elkaar nodig hebben en zich daarvoor inzetten (Filippenzen 2:3-4).
- Waarheid en trouw. Burgerschap vraagt moed om waarachtig te spreken, ook als dat impopulair is (Johannes 8:32).
Burgerschap vraagt om dialoog
In een tijd van groeiende polarisatie hebben we daarom politici, docenten en alle andere burgers nodig die het aandurven om die vrijheid te beschermen, ook als deze schuurt met hun eigen overtuigingen.
Dat is de kern van burgerschap: leren omgaan met verschil, niet door het te neutraliseren maar door het te begrijpen. Als opleiding voor leerkrachten en ontwikkelaars van Wonderlijk Gemaakt, een methode voor relationele en seksuele vorming in het christelijk-reformatorisch onderwijs, weten wij hoe waardevol en nodig die dialoog kan zijn. Daarom zetten wij de deur open voor ieder die het gesprek wil aangaan, ook voor wie ons wil overtuigen van zijn eigen gelijk. Van harte nodigen we Rob Jetten en de zijnen uit om met ons door te praten over het bijzonder onderwijs.
Oproep aan alle christenen
De komende maanden zullen bepalend zijn voor hoe artikel 23 in de komende kabinetsperiode wordt uitgelegd en beleefd. Daarom is het van groot belang dat ouders, scholen en kerken niet afwachten maar meedoen. Dat vraagt om drie dingen:
1. Bid en spreek. Bid voor de politici die nu onderhandelen. Spreek met raadsleden, Kamerleden, ambtenaren en journalisten over wat vrijheid van onderwijs in de praktijk betekent. Daarbij maakt het uit hoe je spreekt: niet met harde woorden maar moedig en zachtmoedig.
2. Verbind. Werk samen met een brede coalitie rond dit thema, ook met wie anders denkt. Verdedig de vrijheid niet alleen voor jezelf maar voor iedereen.
3. Vertel het verhaal opnieuw. Laat nog meer zien wat christelijke en reformatorische scholen bijdragen aan onze samenleving; er zijn veel mooie en goede voorbeelden van burgerschapsonderwijs om te laten zien. Vrijheid is geen vlucht in isolement maar een bijdrage aan het gemeenschappelijke goede samenleven.
Hoopvol
Wie ook het kabinet gaan vormen, er komen wetsvoorstellen die de vrijheid van onderwijs gaan beperken en onder curatele gaan zetten vanuit een modern liberale overtuiging. Daarin liggen kansen én risico’s. Christenen moeten niet gaan mopperen maar gaan meepraten. En in het christelijk en reformatorisch onderwijs mogen we onszelf meer laten horen en zien. Het debat over vrijheid van onderwijs kunnen we verdiepen door het te verbinden aan onze roeping: kinderen vormen tot mensen die God eren en hun naaste dienen.
Het is verleidelijk om uit angst voor conflict de ruimte van vrijheid te verkleinen of de deur dicht te doen en het probleem te ontkennen. Maar dat zou een vergissing zijn. Gelijkheid zonder vrijheid is geen rechtvaardigheid maar opgelegde, dus schijnbare eenheid
. Een dichte deur helpt niet om transparant te zijn en in hedendaagse woorden te getuigen van de Weg, de Waarheid en het Leven.
De kracht van onze samenleving ligt niet in eenvormigheid, maar in het vermogen om verschillen te verdragen binnen gedeelde spelregels, zowel binnen de school als in de brede samenleving.
Vrijheid is meer dan gelijkheid – ze is haar voorwaarde. Echte vrijheid vraagt vandaag om moed, om liefde en om geloof dat God zijn werk voortzet, ook als de druk toeneemt.
Jan Kloosterman is bestuurder bij Driestar educatief.
Dit artikel verscheen als opinie-artikel in het RD van 7 november 2025.