Referentieniveaus Taal

De referentieniveaus: wat houden ze ook alweer in? Wat betekent dat voor het taalonderwijs?



Zomaar enkele eisen waaraan leerlingen moeten voldoen, nu de referentieniveaus taal zijn ingevoerd:
  • De leerling gebruikt basisconventies bij een formele brief.
  • De leerling kan een complexe gedachtegang goed en helder weergeven.
  • De leerling herkent stijlfiguren en ironie.

Enkele feiten op een rijtje:

  1. De referentieniveaus taal vormen een onderdeel van de doorlopende leerlijn taal en rekenen en zijn beschreven in ‘Over de drempels met taal en rekenen’.
  2. De doorlopende leerlijn taal en rekenen is in 2008 ontwikkeld door de commissie Meijerink, in opdracht van het ministerie van OCW, en in 2010 wettelijk erkend.
  3. De referentieniveaus taal beschrijven wat leerlingen moeten kunnen en kennen op bepaalde momenten in hun schoolcarrière: van basisonderwijs tot en met middelbaar beroepsonderwijs en maken opbrengstgericht werken aan taal mogelijk.
  4. Binnen het referentiekader zijn er vier fundamentele niveaus: 1F, 2F, 3F en 4F. Deze niveaus corresponderen met overgangen in het onderwijs. Bijvoorbeeld: 1F moet op de drempel van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs beheerst worden. Daarnaast zijn er streefniveaus. Het niveau boven het fundamentele niveau staat gelijk aan het streefniveau: 2F is 1S, 3F is 2S en 4F is 3S.
  5. De referentieniveaus taal beschrijven vaardigheden: mondelinge taalvaardigheid (spreken, gesprekken voeren en luisteren), leesvaardigheid (literair en zakelijk), schrijfvaardigheid en taalverzorging/taalbeschouwing.

Concreet

Woordgebruik en woordenschat in gespreksvaardigheid:
  • 1F Beschikt over voldoende woorden om te praten over vertrouwde situaties en onderwerpen, maar zoekt nog regelmatig naar woorden en varieert niet veel in woordgebruik.
  • 2F Beschikt over voldoende woorden om zich te kunnen uiten. Het kan soms nog nodig zijn een omschrijving te geven van een onbekend woord.
  • 3F Beschikt over een goede woordenschat. Kan variëren in de formulering. Trefzekerheid in de woordkeuze is over het algemeen hoog, al komen enige verwarring en onjuist woordgebruik wel voor zonder de communicatie in de weg te staan.
  • 4F Beheerst een breed repertoire aan woorden en idiomatische uitdrukkingen en uitdrukkingen uit de spreektaal.

Toolkit referentieniveaus taal

Docenten Nederlands zijn het er meestal wel over eens dat het schoolvak Nederlands verandert door de invoering van de referentieniveaus taal. Toch geven zij geregeld aan niet te weten hoe ze de referentieniveaus taal op een goede manier in hun lessen kunnen verweven. Een veelgehoorde vraag is hoe de lesstof, opdrachten, leerlinguitwerkingen en uitleg referentieproof kunnen worden gemaakt en beoordeeld.

Als antwoord op deze vraag heeft Driestar Onderwijsadvies de Toolkit referentieniveaus taal ontwikkeld. De Toolkit referentieniveaus taal bevat een beoordelingsinstrument voor alle vaardigheden uit het referentiekader, zowel voor de opdrachten gegeven aan leerlingen als voor de uitwerkingen die leerlingen inleveren. Het instrument geeft dus antwoord op de vragen:
  • Van welk niveau is de opdracht die ik gegeven heb?
  • Op welk niveau heeft mijn leerling de opdracht gemaakt?
Momenteel wordt de Toolkit referentieniveaus taal breed gebruikt:
  • door leermiddelontwikkelaars: om te checken of de methode Meijerinkproof is.
  • door trainers: om docenten met behulp van dit beoordelingsinstrument en praktijkvoorbeelden de inhoud van de referentieniveaus te leren kennen.
  • door docenten: om de niveau-inschatting te automatiseren, te differentiëren in de klas en om met andere docenten te overleggen om tot een intersubjectieve beoordeling te komen.
Voorbeeld schrijftaak beoordelen:
 

Taak en onderwerp

Niveau

JA

Het onderwerp is alledaags of heeft betrekking op de directe leefomgeving van de uitvoerder. De taak bestaat uit het schrijven van een korte, eenvoudige taak.

1F

 

Het onderwerp is vertrouwd en kan betrekking hebben op school, werk of maatschappij. De taak bestaat uit het schrijven van een samenhangende tekst, met een eenvoudige, lineaire opbouw.

2F

 

Het onderwerp is opleidingsgebonden of maatschappelijk. De taak bestaat uit het schrijven van een gedetailleerde tekst, waarin informatie en argumenten uit verschillende bronnen bijeengevoegd en beoordeeld moeten worden.

3F

 

Het onderwerp is maatschappelijk, opleidingsgebonden of beroepsgerelateerd. De taak bestaat uit het schrijven van een goed gestructureerde tekst, waarin relevante belangrijke kwesties moeten worden benadrukt, standpunten uitgebreid uitgewerkt en ondersteund met redenen en voorbeelden.

Meer informatie

Meer informatie over de Toolkit referentieniveaus taal of direct bestellen? Neem dan contact met ons op.