Hoe werkt ZIEN!?

ZIEN! wil een belangrijke rol vervullen binnen de 1-zorgroute in het kader van passend onderwijs. ZIEN! werkt systematisch en transparant, wanneer alle fasen van handelingsgericht werken cyclisch worden doorlopen.

ZIEN! biedt zicht op zowel de sterke kanten van het sociaal-emotioneel functioneren van een kind als op de mogelijke ondersteuningsbehoeften, zodat er goede interventies gekozen en eventueel een goed hulpplan gemaakt kan worden. Door op deze manier de leerlingzorg in te richten, draagt het team bij aan handelingsgericht werken. Bovendien wordt in ZIEN! aangegeven wanneer externe hulp (diagnostiek en/of behandeling) nodig lijkt.

Groeps- en leerlingniveau

Door te werken met ZIEN!, kun je als leerkracht tegemoet komen aan de ondersteuningsbehoefte(n) van zowel de groep als de leerling. Welke stappen doorloopt de leerkracht daarvoor?

1. Vragenlijsten
Na een periode van nauwkeurig waarnemen op basis van de 7 dimensies van ZIEN!, vult de leerkracht voor alle leerlingen de vragenlijst in. Invullen kan zowel per leerling als per stelling. Het invullen kun je in één keer afronden, maar ook in gedeelten doen. Bijvoorbeeld door telkens een week één of meerdere dimensies te observeren en vervolgens de bijbehorende stellingen in te vullen. Indien van toepassing volgt na het invullen een scherm met één of meerdere aanvullingsbladen. Het is ook mogelijk ZIEN! slechts voor één of voor enkele leerlingen in te vullen.

Ten minste één maal per jaar vullen de leerlingen van (groep 5-8) de digitale vragenlijsten in over het leer- en leefklimaat en pesten (= monitor sociale veiligheid) en de sociale vaardigheden. Bij de leerlingen in de onderbouw kunt u een (groeps)interview afnemen. Ook ouders kunnen de oudervragenlijst invullen. Dat levert een welkome aanvulling op voor het gesprek met de leerkracht.

2. Profiel en indicatie-uitspraken
ZIEN! genereert een groepsprofiel en/of een leerlingprofiel. Indien van toepassing verschijnen bij dit profiel ook een of meer indicatie-uitspraken per leerling. Die kunnen gaan over sociale competenties die aandacht vragen, over de redenen voor een laag welbevinden of te geringe betrokkenheid.

3. Selectie uitspraak – groep of individueel?
Als leerkracht ga je de profielen vervolgens lezen en interpreteren, daarbij geholpen door de indicatie-uitspraken. Heb je de leerlingen ook de leerlingvragenlijst in laten vullen, dan is het waardevol ook deze resultaten mee te nemen in je analyse. Indien mogelijk probeer je bij de aanpak de hele groep te betrekken.
  • Groep. De leerkracht bepaalt of het zinvol is op groepsniveau aan de slag te gaan met betrokkenheid/welbevinden en/of de vaardigheden. Indien nodig maakt de leerkracht een plan voor de hele groep, op basis van handelingssuggesties of verwijzingen naar lessen uit een sova-methode.
  • Clustergroepje. Wanneer een doel niet voor een deel van de  klas van toepassing is, overweegt de leerkracht interventies op groepsniveau of voor een clustergroepje.
  • Individueel. Alleen als het echt niet anders kan, maakt de leerkracht een individueel handelingsplan, eventueel in samenspraak met de leerling zelf aan de hand van bijvoorbeeld de score op de leerlingvragenlijst.

4. Selectie doel en aanpak
Heb je nagedacht over aan welke vaardigheden of indicatie-uitspraken je wilt werken, dan klik je door naar handelingssuggesties. Doe je dit op groepsniveau, dan verwijzen we je voor de sociale vaardigheden naar sova-methoden. Voor Betrokkenheid en Welbevinden op groepsniveau, en voor alle indicatie-uitspraken, zijn er handelingsdoelen beschikbaar met suggesties voor aanpak. Kies één van de handelingsdoelen en evt. één of meerdere aanpakken om je plan op te baseren.Is je planperiode afgelopen? Dan kun je ZIEN! voor (een selectie van) de leerlingen opnieuw invullen, of de leerlingvragenlijst nogmaals in laten vullen. Zo kun je beoordelen of je aanpak effect heeft gehad.

5. Evalueren
Wil je meer weten over hoe ZIEN! werkt? Bekijk dan eens de handleiding, of bezoek één van de gratis productvoorstellingen.

Normering

Zowel de leerkrachtvragenlijst als de leerlingvragenlijsten groep 5-8 werken met een normering in percentielen. Ook de leerlingvragenlijst groep 5-8 werkt met percentielen, net als de leerkrachtvragenlijst. Op basis van een groot aantal ingevulde vragenlijsten is een normering vastgesteld. Afzonderlijk voor jongens en meisjes is bepaald welke scores horen bij de volgende vier categorieën:
  • de 25% hoogst scorende leerlingen (blauw)
  • de 25% net boven het landelijk gemiddelde scorende leerlingen (groen)
  • de 25% net onder het landelijk gemiddelde scorende leerlingen (oranje)
  • de 25% laagst scorende leerlingen (rood)
Deze kleuren geven dus geen waardeoordeel aan. Ze geven slechts aan hoe de scores van de leerling zijn ten opzichte van leeftijdgenoten. Daarbij gaan we er vanuit dat de leerlingen behoren tot de 25% laagst scorende leerlingen (rood), mogelijk een ondersteuningsbehoefte hebben.
Naast de kleuren wordt door middel van een percentiel meer duidelijkheid gegeven over hoe de score van de leerling zich verhoudt tot leeftijdsgenoten. Een percentiel is een getal tussen de 0 en 100. Het getal geeft aan hoeveel procent van de populatie een vergelijkbare of lagere score heeft.