Wanneer tellen Cito-scores wel/niet mee voor de inspectie? 19 mei 2015

Met de komst van passend onderwijs is het mogelijk dat er meer kinderen met beperkte cognitieve capaciteiten op jouw school komen of blijven. Het zou zomaar kunnen dat hun toetsresultaten de gemiddelde vaardigheidsscore van een groep onder druk zetten. Hoe gaat de inspectie daar vanaf januari 2015 mee om?

Update: sinds 1 februari 2016 hanteert de inspectie geen normen meer voor de tussenopbrengsten. Bekijk hier een compleet overzicht met alle nieuwe eisen.


Jaarlijks verschijnt er in augustus op de website van de inspectie een nieuwe versie van het document ‘Analyse en waarderingen opbrengsten’. In januari 2015 is er een aanvulling verschenen met belangrijke wijzigingen voor het primair onderwijs. Waar gaat het om?

Allereerst een stukje over het wel of niet meetellen van de tussenresultaten. Daarna een zelfde stukje over de eindresultaten.

Tussenresultaten

De inspectie heeft vier criteria opgenomen waarmee de school kan bepalen of de resultaten van bepaalde leerlingen wel of niet moeten meetellen.
  1. Leerlingen die hoogstwaarschijnlijk zullen uitstromen naar het praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs;
  2. Leerlingen met beperkte cognitieve capaciteiten;
  3. Leerlingen die recent zijn ingestroomd;
  4. Leerlingen die kort in Nederland verblijven én om die reden het Nederlands minder goed beheersen.
Voor een nadere uitleg van punt 1, 3 en 4 verwijs ik graag naar de documenten van de inspectie (zie beide links hierboven). Met name het tweede criterium is belangrijk. Want wat zijn beperkte cognitieve capaciteiten?

Citaat:

De beperkte cognitieve capaciteit van de leerling kan de school op twee manieren aantonen:
  • Uit de gegevens in het leerlingdossier blijkt dat de leerling maximaal het eindniveau van leerjaar 6 zal behalen voor taal én rekenen.
  • De leerling heeft een IQ onder de 80. Bij een IQ-test geldt dat deze voldoet aan de criteria van de Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN). Indien de IQ-test ouder is dan twee jaar bevestigen gegevens uit het leerling- en onderwijsvolgsysteem de uitkomsten van de eerdere IQ-test.
Dat ‘eindniveau van leerjaar 6’ betekent dus, uitgedrukt in DLE’s, een achterstand van 20 maanden.
Als een leerling voldoet aan het derde criterium (recent ingestroomd) mag zijn/haar score buiten het groeps- en schoolgemiddelde gehouden worden. Dit moet dan wel worden toegepast bij zowel zwakke als sterke leerlingen.

ParnasSys

Het juist invoeren in ParnasSys van toetsgegevens van een leerling die niet mee hoeft te tellen, vraagt wel de nodige aandacht.
  1. Als de leerling ‘gewoon’ met de groepstoets heeft meegedaan, dient de ruwe score daar verwijderd te worden (geen ‘0’ zetten). In de notitieruimte achter de invoercel kan hier dan eventueel een aantekening van gemaakt worden. Vervolgens wordt de ruwe score via de individuele route ingevoerd (via de leerlingkaart); op dit invoerscherm de vraag ‘Telt mee voor de inspectie?’ op ‘nee’ laten staan.
  2. Als een leerling adaptief getoetst wordt: alleen invoeren via de leerlingkaart (de individuele route) en de vraag ‘Telt mee voor de inspectie? op ‘nee’ laten staan.

Groepskaart en overzichten:

Op de groepskaart zullen scores en niveaus van adaptieve toetsen altijd in een aparte kolom getoond worden. Stel je voor dat een groep 25 leerlingen heeft. Een van deze leerlingen maakt een adaptieve toets, die individueel ingevoerd wordt. Dan zijn er twee kolommen op de groepskaart: een kolom met 24 uitslagen en een gemiddelde of een niveau bovenaan die kolom, en een kolom met één uitslag en ook een eigen gemiddelde of niveau boven aan deze kolom.

In alle overzichten op groeps- en schoolniveau (behalve bij de Niet-methodetoetsverzamelstaat) zullen de uitslagen van de adaptieve toetsen niet meetellen, ook niet als je daar de vraag ‘Adaptieve toetsen meetellen?’ op ‘ja’ zet. Bij de invoer heb je immers aangegeven, dat de score niet mee moet tellen.

Eindresultaten

Indicator 1.1: De leerresultaten van de volgende leerlingen hoeven niet in de beoordeling van indicator 1.1 betrokken te worden:
  1. Leerlingen die toelaatbaar zijn tot het praktijkonderwijs of voortgezet speciaal onderwijs;
  2. Leerlingen met beperkte cognitieve capaciteiten;
  3. Leerlingen die in groep 7 of 8 zijn ingestroomd;
  4. Leerlingen die kort in Nederland verblijven én om die reden het Nederlands minder goed beheersen.
Wat betreft criterium 2: ook hier geldt: onder beperkte cognitieve capaciteiten wordt verstaan:
  • leerling haalt maximaal het eindniveau van leerjaar 6
  • leerling heeft een IQ van onder de 80
Voor de uitleg van de overige criteria verwijs ik je naar de tekst van de inspectie. Zie de beide links bovenaan in dit artikel.

NB: het ‘krijgen van ontheffing’ voor deelname aan de cito-eindtoets is iets anders dan het ‘niet meetellen van de score bij de beoordeling door de inspectie’. In het eerste geval kun je in ParnasSys in het invoerscherm Eindtoets aangeven, dat er ontheffing is. In het tweede geval moet de score van de leerling wel degelijk ingevoerd worden in het invoerscherm Eindtoets zodat er te alle tijden uitgewisseld wordt met BRON. Maar bij een inspectiebeoordeling worden de resultaten van situatie twee dan niet meegenomen. Voor meer info: Beleidsdocument ontheffing eindtoets PO

Wil je meer informatie over dit onderwerp? Neem dan per e-mail contact op met G. (Bert) van der Mel.

Meer nieuws

    • Nieuwe scholingen voor intern begeleiders: wat past bij jou?

      Wil jij groeien in je rol als intern begeleider? Driestar educatief organiseert volgend schooljaar twee scholingen die speciaal gericht zijn op intern begeleiders: een post-hbo-opleiding en een werkplaats. Wat past bij jou?

    • ParnasSys-APK: nu ook te volgen als individuele cursus!

      Jaarlijks gaan onze onderwijsadviseurs bij grote besturen langs om een ParnasSys-APK te verzorgen. Op verzoek van onze klanten verzorgen wij deze ParnasSys-APK in het schooljaar 2016-2017 nu ook op onze locatie in Gouda.

    • Hoe monitor je opbrengsten op zml en s(b)o?

      Ook op zml- en s(b)o-scholen is het monitoren van opbrengsten belangrijk. Hoe je dat doet, en welke doelen je stelt, zijn vaak moeilijke vragen. Tijdens onze expertcursus gaan we hiermee aan de slag. Dat kan zowel aan de hand van de leerlijnen als de Cito-toetsen.

    • Nieuw: werkboekje voor echtscheidingskinderen

      Echtscheiding komt steeds meer voor. Orthopedagogen Joppa Nijsse en Jolanda Spek ontwikkelden een verwerkingsboekje voor kinderen van gescheiden ouders.

    • APK voor ParnasSys – een jaarlijks abonnement

      ParnasSys is een belangrijk hulpmiddel voor jouw onderwijspraktijk. Om je kennis up-to-date te houden is onderhoud nodig. Net als bij auto’s is het goed om jaarlijks een APK uit te laten voeren.