Eigenaarschap bij pesten 8 oktober 2015

Hieronder twee verhalen over pesten en eigenaarschap. Ze zijn waar gebeurd - ze speelden zich af eind tachtiger, begin negentiger jaren van de vorige eeuw. De jongens-beschermer (momenteel begin dertig) en de meisjes-beschermster (momenteel tweede helft dertig) zijn broer en zus.

Eigenares Christien

Christien merkte in groep 7 al dat Tilly door de andere meisjes van de klas al meer buiten de groep werd gestoten. De vader van Tilly had toen een vishandel en Tilly – hoe ze zich elke dag thuis ook waste en boende en fris ruikend de school betrad – kon in de ogen van de meisjes van haar klas niet anders dan naar vis stinken. “Tilly stinkt,” werd aanvankelijk nog niet openlijk tegen haar uitgesproken, maar toen begin groep 8 door één van de meisjes  “jij stinkt naar vis,” tegen haar werd uitgeflapt, was het hek van de dam. Was Tilly voorheen stilzwijgend tot een eenzaam schoolleven veroordeeld, thans kreeg haar isolement een kil en venijnig karakter. Tot handgemeen kwam het nooit en boos fluister-gepest overkwam haar evenmin, maar nadrukkelijk werd zijn thans buiten elke spontane binnenschoolse en buitenschoolse activiteit gestoten: “Jij stinkt en we hoeven je niet”.
 
Christien had als enige met Tilly te doen. Christien was een centraal leidersfiguur in de gehele klas, zowel bij de jongens als bij de meisjes. Zo hadden diverse jongens al dan niet merkbaar een oogje op haar, maar Christien was hier niet van gediend. Althans, ze vond de wetenschap dat Bort ‘op haar was’ wel leuk, maar van diens flirterijtjes moest ze niets hebben.
 
De centrale positie in de gehele groep was in de loop der jaren vanzelf naar haar toe gegleden (een belangrijk gegeven voor verderop in dit verhaal). Christien was intelligent, zag er aardig uit, was sociaal en had een zodanig vlotte vriendelijk-overtuigende babbel, dat bijvoorbeeld haar spreekbeurten voor de klasgenoten welhaast een theater-ervaring waren: ze hingen een uur (!) lang aan haar lippen.
 
Christien kon Tilly niet vergeten en regelmatig trok ze gedurende korte poosjes met haar op. Zodra Christien de eerste tekenen van afkeuring bij de meisjes merkte, verliet ze Tilly en voegde ze zich weer bij de groep. Tilly had bijgevolg veel duistere dagen en van tijd tot tijd een paar dagen zon. Het was voor haar een heerlijkheid te weten dat iemand – en dat nog wel van het belangrijkste meisje uit de groep – om haar gaf. Het maakte de duisternis draaglijk en de zonnedagen waren hoogtepunten.
 
Tot zover het verhaal. We maken enkele becommentariërende opmerkingen. Christien was een leidersfiguur – dat is weliswaar een wezenlijke voorwaarde voor de infiltratiemethode bij pestbestrijding, maar Christien was een meisje dat haar centrale positie in de loop der jaren zomaar naar haar toegeworpen had gekregen. Ze had er niets voor hoeven te doen en bijgevolg had ze geen sterke ruggengraat ontwikkeld die bij storm en wind een stootje kon hebben. Menig leidersfiguur in een groep heeft voor die positie moeten vechten en heeft daarmee juist wel een stevige ruggengraat ontwikkeld. Was dat bij Christien het geval geweest, dan had ze wel succesvol van haar afgebeten toen ze merkte dat haar invloed bij de meisjes aan het tanen was. Conclusie: neem bij pestbestrijding een leidersfiguur-met-ruggengraat. Dat is in het volgende verhaal wel het geval.

Eigenaar Theodoor

Thijs was in groep 7 van een andere school in een nabij gelegen dorpje overgekomen. Hij zag er niet knap uit, kwam uit een redelijk welvarend middle-class-milieu, was sociaal zwak, maar kon goed leren. In de kortste keren dreigde hij in de nieuwe groep buiten de boot te vallen. De eerste scheldwoorden weerklonken reeds.
 
Met een dergelijk bericht, maar dan kinderlijk verwoord, kwam Theodoor op een woensdagmiddag thuis: “Mam, niemand wil met Thijs spelen.” Enzovoort. Theodoors moeder, die onderwijzeres geweest was, kwam met een plan: “Theo, volgende week ben je jarig. Vraag Thijs op jouw feestje.” Theodoor ging akkoord en samen met twee van zijn klasgenoten ging hij naar Thijs. Die zat thuis – wat moest hij anders doen – in een Donald Duck te lezen. “Hé Thijs, kom je volgende week op mijn verjaardagsfeestje en ga je mee spelen vanmiddag?” (“Ik zie nog de blijde glans op zijn gezicht,” zei Theodoor jaren later, “toen we die middag hem kwamen ophalen.” “Komen jullie echt voor mij?” had Thijs gehakkeld.)
 
Vanaf die dag werd Thijs opgenomen in de jongensclan van Theodoor. Er bestonden namelijk twee elkaar rivaliserende jongensclans in de klas: die van Theodoor en die van een zekere Bolus (een bijnaam met het karakter van een eretitel). Theodoor kon Thijs eigenlijk goed gebruiken: het betekende uitbreiding van de clan t.o.v. de clan van Bolus. Wel ondervond Theodoor aanvankelijk weerstand toen hij Thijs in zijn clan wilde introduceren. Omdat Theodoor zijn leiderspositie in de clan in de loop van de tijd had moeten bevechten, kon hij met een beet hier en een grauw daar de andere jongens ‘om’ krijgen, waarna Thijs door de clan in de loop van de tijd volledig werd geaccepteerd.

Dus

  1. Als er een gepest kind in jouw klas zit, zoek dan in gedachten enkele sexe-genootjes op die tamelijk hoog in de ‘pikorde’ staan (zie de illustratie elders). Bezie of die kinderen ruggengraat hebben.
  2. Kies van hen, in overleg met het gepest kind, de in jullie ogen allerbeste beschermengel uit.
  3. Ga naar de ouders en leg je plan uit:
“Kan uw kind als bescherm(st)er voor die-en-die optreden? Uw kind moet drie dingen doen:
  • Van tijd tot tijd met die-en-die optrekken;
  • Bij activiteiten waarbij iemand gekozen moet worden, kiest uw kind van tijd tot tijd die-en-die;
  • Als die-en-die bedreigd wordt, neemt u kind het voor haar/hem op.
Uw kind begint met het eerste punt. Als dit lukt, volgt het tweede punt en als dat lukt volgt het derde punt. Is uw kind hiertoe bereid, denkt u? En gaat u als ouders hiermee akkoord? Zou u uw kind ervoor warm willen laten lopen, de trieste situatie van die-en-die willen schilderen, alsmede de heilzame hulp die uw kind aan die-en-die kan geven?”
 
Als de ouders akkoord gaan, wacht u een seintje van hen af. Zodra je het seintje ‘ja, mijn kind wil het doen’ krijgt, spreek je met de ouders het tijdstip af waarop zij en jij – los van elkaar overigens – met het kind de ins en outs van de werkwijze doornemen, de ouders globaal en jij gedetailleerd. Je bent namelijk de coach van de bescherm(st)er. Onderwijl weten het gepeste kind en diens ouders nog niets en dat moet zo blijven.
 
En dan treedt het gehele gebeuren geleidelijk aan in werking. Je hebt  regelmatig geheime follow-up besprekingen met de bescherm(st)er.

Meer informatie

Wil je nog meer te weten komen over dit onderwerp, klik dan hier.  

Meer nieuws

    • Bereikbaarheid tijdens de zomervakantie

      Tijdens de zomervakantie is Driestar educatief vier weken volledig gesloten, van week 30 tot en met 33. Als je in die periode contact zoekt met Driestar educatief geldt het volgende:

    • PLG helpt bij vormgeven les

      Een professionele leergemeenschap (PLG) van docenten kan hen helpen om hun lessen meer expliciet vorm te geven vanuit christelijk perspectief, zo blijkt uit een pilotonderzoek van het onderzoekscentrum van Driestar educatief.

    • Studiemiddag jeugdliteratuur 25 september

      Op 20 maart zou de studiedag gehouden worden over het thema ‘Lezen is kiezen’. Door de coronacrisis moesten we de bijeenkomst annuleren.

    • Lesvoorbeelden vanuit christelijk perspectief

      Het kan een behoorlijke opgave zijn om een gewone vakles te geven vanuit een christelijk perspectief, zonder dat het gekunsteld wordt.

    • Taalpunt NL wordt Kapitaal

      De vo-methode Nederlands Taalpunt NL wordt volledig herzien en verdient daarom een nieuwe naam. Om tot een goede naam te komen, zetten we een prijsvraag uit onder alle leerlingen van de reformatorische vo-scholen. Dat leverde maar liefst 248 inzendingen op!