6 adviezen voor het omgaan met jongens in jouw klas 13 september 2017

Steeds meer jongens verlaten zonder diploma de school. Dat komt doordat het onderwijs vrouwelijker, taliger en voorzichtiger is geworden, volgens onderwijsadviseur Jan Verburg. Hoe ga je op een goede manier met jongens om?

Dit artikel is een verkorte versie van een interview uit de GezinsGids. Lees het volledige artikel hier

Steeds meer artikelen en onderzoeken verschijnen in de media over jongens in het basis- en vervolgonderwijs. Een van de uitkomsten van de onderzoeken is dat meisjes meer gebieden in de hersens hebben die gevoelig zijn voor taal. Het aantal woorden is bij jongens en meisjes vanaf drie jaar ongeveer hetzelfde, maar meisjes kunnen woorden beter omzetten in gedrag dan jongens. Daardoor is het bijvoorbeeld lastiger om jongens met praten tot ander gedrag brengen, dan meisjes. Jan Verburg: „Neem daarbij het feit dat het onderwijs steeds taliger is geworden. Vergelijk maar eens een rekenles van nu met die van vijfentwintig jaar geleden. Er wordt nu veel meer gepraat bij rekenen en sommen worden in een verhaaltje aangeboden." 

Ferme tikken

"Ook bij andere vakken duikt er steeds meer taal op. Bijvoorbeeld in de lessen sociale vaardigheden. Jongens moeten in deze lessen praten over hoe zij zich voelen en waarom ze zich op een bepaalde manier gedragen. Maar zo lossen jongens helemaal geen problemen op! Zij geven elkaar een klap, duw of stomp en dan is het weer duidelijk wie de baas is. Logisch dat leerkrachten verbieden dat leerlingen elkaar slaan, maar daardoor broedt er onderhuids van alles. Een paar ferme tikken onderling zouden daar een einde aan kunnen maken. Jongens komen tot rust als ze weten wie de baas is, dat is de ‘taal’ die jongens gebruiken.”

Hoe kun je nu op een goede manier met jongens omgaan? Jan Verburg geeft zes korte adviezen. 

1. Niet praten, maar doen

Probeer niet te veel uit te leggen. Praat ook niet te veel over gedrag en corrigeer jongens niet op afstand. Loop erheen, pak het kind bij de schouder en geef kort en krachtig aan welk gedrag je verlangt. Soms kan het helpen om gebruik te maken van je lengte: maak je groot, zodat jongens voelen wie de baas is. Het letterlijk voordoen van gedrag helpt meer dan ‘doe eens normaal’ zeggen.

2. Jongens willen een doel

Jongens willen graag weten waarom ze dingen moeten leren. Meisjes leggen zich vaak direct bij het antwoord neer, omdat ze een goede band met hun leerkracht willen houden.

3. Jongens willen bewegen

Jongens hebben meer bewegingsdrang. Laat ze lekker staan en bewegen! Voor jongens is het ook bijna niet te doen om netjes tussen de lijntjes te schrijven, omdat hun fijne motoriek minder goed ontwikkeld is. Ze hebben dan een mooi verhaal geschreven en worden afgerekend op hun slordige handschrift. Houd hier rekening mee: laat het op de computer maken of kijk door het slordige handschrift heen.

4. De wereld van jongens is vooral buiten

Kleuterleerkrachten moeten zich realiseren dat de wereld van hun ‘thema’ groter is dan de hoeken. Het spel van jongens gebeurt vooral buiten op het plein. Daar kunnen ze politie of soldaat zijn of met hun karren heen en weer crossen. Probeer daar in het spel op aan te sluiten door buiten een racebaan te maken, een conditietraining voor soldaten op te zetten, et cetera.

5. Jongens praten met een duw

Maak je niet te bezorgd als jongens vechten of duwen. Het hoort gewoon bij hun ontwikkeling en hun manier van communiceren. En verwacht niet van jongens dat ze praten over hun gevoelens of hoe het op school was. Jongens uiten zich vaak anders.

6. Jongens willen graag winnen

Maak gebruik van het wedstrijdelement. Daar zijn jongens gevoelig voor. Zeg bijvoorbeeld: ‘Jullie krijgen vijftien minuten de tijd. Hoeveel sommen heb je dan af?’

Op ons symposium Passend onderwijs op 8 november gaan we ook in op jongensgedrag. Lauk Woltring (bekend van de SIRE-campagne over jongens) houdt een lezing en Jan Verburg een workshop over dit onderwerp. Kom ook!

Meer nieuws

    • ZIEN! inzetten door het jaar heen

      ZIEN! vul je in rond de herfstvakantie. Ook daarna kan ZIEN! echter nog veel voor je betekenen: in je aanpak, maar ook bij het evalueren. Je kunt ZIEN! dan bijvoorbeeld nog een keer invullen. Welke keuzes maak je daarbij?

    • “Een extra dimensie dankzij TINK cursus”

      “In de Tink cursus hebben we veel geleerd over de interactievaardigheden rondom de communicatie met kinderen,” zegt Christa van Erk, deelneemster aan de regionale cursus TINK. “We hebben veel geleerd van de theorie die werd besproken, maar juist door de uitwisseling van  ervaringen, werden praktijkvoorbeelden duidelijk en leerzaam.”

    • Hoe bereik jij jouw opvoedingsidealen?

      De kenniskring Opvoedingsidealen in de praktijk wil een bijdrage leveren door bewustwording van het belang van opvoedingsidealen te stimuleren en (beroeps)opvoeders toe te rusten in een (Bijbelse) opvoeding van kinderen in de huidige maatschappij. Maar hoe geef je hier als opvoeder vorm aan?

    • Vragen over hoogwater in de klas?

      Verschillende gebieden in Nederland hebben deze week te maken met hoogwater. Met hulp van onze mediatheek kun je met je klas stilstaan bij onze immer voortdurende strijd tegen het water.

    • Bezinningsavonden Beschermwaardigheid van het leven

      In februari organiseren zijn er interessante lezingen voor leraren in het Studium Generale programma van Driestar hogeschool.