Passend onderwijs en hoogbegaafdheid 7 mei 2014

24 april 2014: De Tweede Kamer heeft de regering gevraagd om aan te geven hoe hoogbegaafdheid betrokken kan worden bij passend onderwijs. Een mooie vraag die om een eenvoudig antwoord vraagt: ‘Natuurlijk schaart hoogbegaafdheid zich onder de vlag van passend Onderwijs.

Door Bert van de Waerdt, expertiseteamleider Passend Onderwijs

Hierover hoeft niet ingewikkeld gedacht te worden. Als wij gaan voor een ‘passende plek voor alle kinderen’ dan zeker ook voor deze groep kinderen!’ Prachtig dat Sander Dekker in deze bewoordingen zijn antwoord geeft!

Het zgn. ‘ingewikkeld denken’ kunnen wij allemaal. In de afgelopen week zag ik hier weer mooie voorbeelden van. Voor sommige hoogbegaafden is dit terug te brengen tot ‘doe ff normaal’ en is het helemaal niet nodig dat wij ‘ingewikkeld gaan denken’. Dit doen zij zelf al genoeg!

Wat ik zie gebeuren is dat hordes schoolteams denken dat hoogbegaafde leerlingen om iets heel anders, iets bijzonders, iets specifieks vragen. Dat er opeens ‘van alles anders’ aangeboden moet worden! Dat er minimaal twee jaar lang nagedacht moet worden over beleid voor deze leerlingen! En wat doet een hoogbegaafde? Hij zegt: ‘juf, dit is saai! U moet écht met wat leukers aankomen’. Vervolgens denkt de leerkracht dat er nog meer ‘aantrekkelijker’ moet worden aangeboden. Niet in de gaten hebbend dat deze leerling zijn 127 IQ punten in de strijd gooit om maar vooral niets ‘ingewikkelds’ te hoeven doen. Het echte leven is veel aantrekkelijker dan het saaie schoolse leren.

Ik zie veel scholen van binnen. Als ik daar rondkijk zie ik menigmaal de ‘pittige techniektorens’ in prachtige primaire kleuren staan. Als ik dichterbij loop, ontdek ik vaak dat op negen van de tien van deze torens een laag stof ligt die niet van de laatste week is. Je raadt het al: lange tijd niet gebruikt! Jammer van de investering.

Het meest eenvoudige is om een basis aan deze leerlingen te bieden, dit is een aloud recept. Niet iets nieuws wat met passend onderwijs is boven komen drijven. Niet iets nieuws wat opeens ‘de sleutel tot de oplossing van alle problemen’ moet zijn! Of toch wel? Ja, het is wel de sleutel, maar het is totaal niet nieuw! Sander Dekker noemt dit: ‘basisondersteuning’! Prachtig! Dat is goed voor elke leerling! Niets nieuws of extra’s dus. Gewoon goed lesgeven!

Als ik u het begrip ‘differentiatie’ noem, zult u - met mij - moeten erkennen dat dit het sleutelwoord is. Differentiatie begint niet bij het uitzoeken en in kaart brengen van verschillen bij kinderen. Hoewel dit natuurlijk wel de oorzaak van de noodzaak van het fenomeen is. Maar nee, het gaat in de eerste plaats, zonder dat er nog kinderen in de klas zitten om attitude, vaardigheid en kennis van de leerkracht! Daar begint het mee! Niet alleen als het gaat over hoogbegaafde leerlingen, maar het gaat dan over de basis van goed lesgeven (basisondersteuning volgens Sander Dekker). En dit geldt voor alle kinderen.

Tot mijn schrik moet ik er soms achter komen dat ondanks al de mooie ‘laboratoriumretoriek’ waarin wij met elkaar ‘mooi praten’ over de beleefde werkelijkheid van ‘hoe het zou moeten zijn’, ik de geleefde werkelijkheid met de voeten in de klei totaal anders op mij af zie komen! Differentiatie is dan ver te zoeken. Gedifferentieerde instructie, reguleren van de hulpvraag, activeren van leerlingen is dan niet te zien. Vooral de compenserende houding van de leerkracht die prominent geen ruimte laat voor leren van kinderen! Ik zie kinderen dan denken: ‘juf doe eens een stapje opzij dan kan ik mij door ontwikkelen!

Let op: natuurlijk chargeer ik met bovenstaande en wil ik beslist niet negatief zijn. Neem integendeel. In de afgelopen tijd heb ik ook prachtige voorbeelden gezien van ‘echt differentiëren’. Niet alleen met de praat, maar ook met de daad en het hart! Dat zijn de echte kanjers! Die hoor je dan ook vaak niet over ‘de problemen’, maar die hebben het over het mooie wat ze hebben bereikt ondanks…….

Bovenstaande is bedoeld om in de spiegel te kijken: wie ben jij voor de klas? Hoe geef jij vorm aan differentiatie! Daar begint passend onderwijs mee, heel basaal, bij de man of de vrouw voor de klas!
Het is natuurlijk prachtig dat er een ‘informatiepunt Onderwijs & Talentontwikkeling in het leven wordt geroepen waarvan in het najaar de aftrap is. Ik zal er zeker heengaan!

Maar denken wij dat dit steunpunt de vraag van Marijn en Esther (zie onderstaand) en al hun ‘lotgenoten’ zal oplossen? Ik kan je vertellen dat dit niet zal gebeuren zolang meester X op school Y in plaats Z niet zelf in actie komt! En dan niet hoogdravend en ‘ingewikkeld denken’. Nee, dat ingewikkeld denken laten wij aan Sander Dekker over. Gewoon goed lesgeven met een hart voor kinderen is de sleutel! Ooit schreef ik eens: ‘met een hart vol liefde gebeuren er ongedacht en onverwacht mooie dingen’. En dan gaat er soms iets mis! So what! Dat hoort bij het leven. Ook bij het leven van een hoogbegaafde!
 
Maar wat denkt het kind zelf? Twee prachtige voorbeelden.
Wel een beetje laat hoor ik iemand denken. Hier had dit stuk mee moeten beginnen. Helemaal terecht! Maar soms heeft het kind het laatste woord.

Voorbeeld 1:
Marijn uit groep vijf volgt in de plusgroep uitdagend werk. Hij kan meer aan, want met de hoofdvakken is hij zo klaar, zit zich te vervelen en oogt erg ongelukkig in de klas. Thuis klaagt hij hier ook over. In het zorgteam van de school wordt besproken dat Marijn extra uitdaging nodig heeft.

Deze uitdaging wordt gevonden in de extra Spaanse lessen die de school op dinsdagmiddag aanbiedt door één van de ouders met een Spaanse achtergrond. Marijn wordt hierbij ingedeeld. Na een paar weken lijkt de motivatie bij Marijn af te nemen. Thuis klaagt hij over deze lessen, maakt zijn huiswerk niet meer, maakt zijn gewone werk niet meer af. Moeder geeft aan dat Marijn baalt van de Spaanse lessen: ‘ik ga toch niet naar Spanje op vakantie, veel te warm!’. Marijn geeft aan niet meer gemotiveerd te zijn. Advies: zo snel mogelijk geen Spaans meer geven aan Marijn. Ga in gesprek met Marijn over ‘wat dan wel’.

Voorbeeld 2:
De tweede, verwoord in onderstaande gedicht. Dit geeft aan hoe eenvoudig het kan zijn: gewoon een beetje begrip en een luisterend oor van de leerkracht.

Ik zou graag willen
(Een gedicht van Esther Boer  voor Thijmen en Lize en alle andere bijzondere begaafde kinderen)
 
Ik zou graag willen dat je de wil zag
In mijn ogen
De wil om te leren
De wil om iets te mogen
 
Ik zou graag willen dat je de onrust voelt
In mijn leven
De onrust om van alles en niets
De onrust om te willen en te kunnen geven
 
Ik zou graag willen dat je de emotie zag
In mijn lijf en leden
De intense woede, de blijdschap en het groot verdriet
De emotie in het nu en die uit mijn kleine verleden
 
Lieve juf, ik zou graag willen dat je me zag zoals ik ben,
Zo mooi en zo intens
Me kon voelen, horen en zien
Als een bijzonder mens
 
Lieve juf, ik zou zo graag willen dat je me ziet en dat je weet
dat ik zoveel meer kan en intens veel voel
Lieve juf
Begrijp je misschien wat ik bedoel.?
 
Esther Boer, maart 2011
 

Ten slotte: bovenstaande is voor sommige kinderen te kort door de bocht. Zij hebben wel degelijk meer nodig. Dit ‘meer’ moet altijd in overleg met het kind gevonden worden. Altijd zal er een gesprek met deze leerling omtrent motivatie moeten zijn. Als wij als leerkracht dit niet doen, het praten met het kind over doel en motivatie, dan denk ik dat wij als leerkracht niet op de goede plek staan.

Meer weten over hoogbegaafheid? Kijk dan eens bij ons aanbod.