Christelijke scholen voor leraren Geplaatst op 5 maart 2018

Meestal gaat het in gesprekken over de waarde van (orthodox-)christelijk onderwijs, over leerlingen. Christelijk onderwijs is goed voor ze. Het versterkt de opvoeding thuis en het onderwijs in de kerk. Henk zei bijvoorbeeld tegen me: “Het is heel sterk als een kind herkenning en onderlinge verbondenheid ervaart in de drie werelden waar het veel komt.” Maar… Leraren vinden het ook voor zichzélf fijn om op een orthodox-christelijke school te kunnen werken.

In mijn onderzoek interviewde ik 16 leraren uit groep 6 en 7. Ik vroeg me onder andere af waarom zij nu juist voor een orthodox-christelijke school kiezen. Eigenlijk noemden ze het allemaal een vanzelfsprekende keuze: Je kijkt in het RD of ND naar vacatures, en dus oriënteer je je alleen op scholen die de Bijbel en het gereformeerd belijden een centrale plek geven.

Onlosmakelijk

In de loop van de gesprekken kwam ik vervolgens drie verschillende motieven tegen om als leraar voor orthodox-christelijk onderwijs te kiezen. De eerste is dat leraren vinden dat onderwijs en geloofsopvoeding onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Als christen voor de klas staan, geeft hun beroep een bijzondere dimensie. Ze verwijzen bijvoorbeeld naar psalm 78. Zonder nadrukkelijke ruimte voor het christelijke geloof kunnen of willen ze geen lesgeven.

Veilig

Als tweede geeft een orthodox-christelijke school leraren een gevoel van veiligheid. Ze zouden zich misschien minder staande kunnen houden op een school waar meer diversiteit is. Nu ervaren ze dat ze zichzelf kunnen zijn en zich verder kunnen ontwikkelen, zowel professioneel als in hun persoonlijke geloof. Als derde motief om voor het orthodox-christelijk onderwijs te kiezen, kwam ik het idee tegen dat het voor kinderen goed en fijn is om samenhang tussen school, gezin en kerkelijke gemeenschap te ervaren. Veiligheid, herkenning en onderlinge verbondenheid voor de leerlingen dus, zoals Henk hierboven zei.*

Het beste

Het verraste me dat twee van de drie motieven bij de leraar zelf starten. Ze hebben het idee dat ze op orthodox-christelijke scholen het beste uit de verf komen als persoon en als leraar. Mooi, want dat biedt kansen om goed en sterk onderwijs te geven! En het is waardevol dat kinderen les krijgen van leraren die de waarden van hun ouders delen.

Keerzijde

Tegelijkertijd denk ik nog na over die veiligheid die leraren zelf ervaren. En over dat sommige leraren denken dat ze zich op andere scholen minder goed staande kunnen houden. Heeft dat motief ook een keerzijde? Als je het lastig(er) vindt om in een omgeving te werken met meer levensbeschouwelijke diversiteit, wat betekent dat dan voor het onderwijs dat je geeft in een school die juist niet zo divers is? Wat krijgen leerlingen van zo’n leraar mee over hoe ze hun plekje in deze wereld vol diversiteit innemen? En als diversiteit een kleinere rol speelt, is dat dan een probleem?

Meedenken

Denken jullie met me mee? Ik ben benieuwd naar jouw ideeën (en die van je collega’s). Dus aarzel niet om me te mailen of er nog eens over door te praten!
 
* Overigens, het is niet zo dat elke leraar die ik interviewde alle drie de motieven noemde; dat wisselde per persoon.