Bijbel-les Geplaatst op 7 maart 2019 Door Peter van Olst

Koning David laat in een hoogmoedige bui een volkstelling houden. De Heere straft die zonde met een epidemie. Zeventigduizend mensen verliezen het leven. Hogepriester Aäron bouwt een gouden kalf. Mozes laat de Levieten op Gods bevel met getrokken zwaard door het leger gaan. Drieduizend man moeten worden begraven.

Tijdens de bijbellessen uit het eerste jaar bespreken we met studenten de eerste vertelervaringen die zij opdoen tijdens hun stage. Jenneke heeft het verhaal over David eerlijk en compleet verteld. Haar mentor leek er niet zo blij mee. De kinderen op haar school zijn voor een deel niet zo kerkelijk. Wat krijgen zij voor godsbeeld mee als die zware straf veel nadruk krijgt?
 
Marjolijn herkent het helemaal. Overmorgen staat zij met Aäron en zijn kalf voor groep 6. Staan Mozes en de Levieten er dan ook bij? Haar mentor heeft al laten weten dat ze daar goed over moet nadenken. De kinderen zijn nog zo jong en weten zo weinig van de Bijbel. Op de school van Marjolijn wordt de bijbelse boodschap wél meegegeven, maar niét opgelegd…
 
Hoe gevoelig het kan liggen – en hoe verschillend ook per school – hoeven ze mij niet te vertellen. Met acht vierdejaars doe ik onderzoek naar hoe we op christelijke (!) scholen in Amsterdam-Noord héél voorzichtig het Woord aan het woord kunnen laten. Zelf weten de teams die er werken niet goed hoe zij invulling moeten geven aan Kerst of Pasen. Ze merken alleen dat sommige ouders willen dat hun kinderen er meer van horen, terwijl andere ouders met argusogen toekijken waar de school aan begint.
 
Terug naar m’n eerstejaars. Mogen ze al blij zijn – en ik met hen – als er tenminste íets van de Boodschap doorklinkt? Of kunnen we méér bereiken? En kan de echte vakkennismodule uit leerlijn 3 waarvoor we vandaag samen zijn deze SAM-studenten een stapje verder helpen?
 
Eerder hebben we al afgesproken dat elke bijbelvertelling – net als elke zondagse preek trouwens – hoopgevend moet zijn. Ze zijn dat niet vergeten; ze komen er nu zelf mee. Dat heel de Bijbel – dus ook die lastige delen van het Oude Testament – met Christus te maken hebben, staat ze ook scherp voor de geest. Prachtig. De tijd is rijp voor kruis-bestuiving.
 
Lisanne, zelf stage-lopend op een reformatorische school waar ze nog wel vertrouwd zijn met het Oude Testament, steekt haar vinger op. De liefde van God en het offer van Christus krijgen toch juist diepte waar de zonde eerlijk aangewezen en behandeld wordt? Andere studenten haken in. Is het niet zo dat de vreselijke strengheid van die oudtestamentische straffen de onvoorstelbare ernst van de zonde – dus ook van kinderzonden – blootlegt?
 
De verhalen over het gouden kalf en de volkstelling van David staan niet voor niets in de Bijbel. Ze hebben met Christus te maken. Maar weten we wát en begrijpen we waaróm? Zien we de lijnen lopen? Daags nadat de drieduizend vielen in de woestijn, klom Mozes de berg op om verzoening te doen. Delg mij maar uit Uw boek?! David moest een straf kiezen. Eeuwen later kwam de grote Davidszoon, Jezus. Hij koos óók. Om Zelf de straf te dragen.
 
Jenneke, Marjolijn, Lisanne blijven het proberen. Ernstig vertellen, hoopvol vertellen, eerlijk vertellen, voorzichtig vertellen… Hún verhaal, óns verhaal, is nooit af. Maar Hét Verhaal staat als het huis op de rots.