5 manieren om te werken met flashcards Geplaatst op 19 maart 2018 Door Marjolein Moens-van Dijk

Herhaling is belangrijk om woorden op te nemen in de woordenschat. Maar veel leerlingen worden vaak niet enthousiast van herhaling. Hoe kun je leerlingen toch gemotiveerd en actief mee laten doen met het vaak herhalen van woorden? Flashcards kunnen jou als leerkracht hierbij helpen. 

‘Je kunt alleen goed Engels gaan praten als je genoeg losse woorden en standaard zinnetjes kent,’ aldus een vakdocent Engels op een vvto-school. Herhaling is één van de belangrijkste manieren om woorden echt in de woordenschat op te nemen. Maar dat is nu niet echt de favoriete bezigheid van veel leerlingen. Flashcards kunnen jou handvatten bieden om de Engelse les met veel herhaling toch leuk te maken!
Flashcards zijn kaartjes waarop duidelijk één woord staat afgebeeld. Vaak komen ze in sets met een bepaald onderwerp, zoals the house, animals, family, feelings, bodyparts. De mogelijkheden met flashcards zijn eindeloos. Hier zijn 5 ideeën om direct met flashcards aan de slag te gaan:

1. Point to
Het is belangrijk om eerst de woorden te introduceren en te oefenen (drilling). Bij deze activiteit hang je een aantal flashcards op verschillende plekken in de klas. De leerlingen moeten goed naar je luisteren en wijzen naar de flashcard die je noemt. Je kunt dit nog leuker maken door in de tweede ronde een opdracht erbij te geven: ‘Stand on your right leg and point to the apple’.

2. Musicalcards
In lagere groepen is musicalcards een leuke, laagdrempelige activiteit waarbij alle leerlingen betrokken worden. Na de introductie van de flashcards en als de leerlingen de woorden een aantal keer nagezegd hebben, doe je dit spel. Terwijl er muziek afgespeeld wordt, geven de leerlingen de flashcards aan elkaar door. Als de muziek stopt, mogen de kinderen met een flashcard in hun hand het Engelse woord wat erbij hoort zeggen. Weten ze het niet? Dan mogen ze simpel ‘help’ zeggen en mag een andere leerling het zeggen.

3. Show quickly and hide
Nadat je een aantal flashcards hebt geïntroduceerd en geoefend, neem je één van de flashcards zonder dat de klas ziet welke. Verstop hem achter je rug en laat hem daarna snel rechts of links van je zien zodat de kinderen heel kort het kaartje kunnen zien. Verstop de kaart daarna weer achter je rug en vraag wie weet welk woord bij de kaart hoort. Een variatie: laat steeds een klein stukje van een flashcard zien.  

4. Hide and seek
Nadat je een set met flashcards hebt geoefend, wijs je drie spelers en drie helpers aan. De spelers gaan de klas uit. De helpers verstoppen 3 flashcards. Laat de spelers één voor één binnen komen en een flashcard zoeken. Tijdens het zoeken geeft de klas aanwijzingen door het woord van de flashcard op verschillende volumes te zeggen. Fluisteren betekent ‘ver weg’, hardop zeggen betekent ‘je loopt in de goede richting’. Hoe harder het volume, hoe dichterbij.

5. Fly swatter game
In het Engelse onderwijs is Fly swatter game bekend. Het kan vertaald worden als het Vliegenmepperspel. Begin met het introduceren en drillen van een aantal woorden. Hang dan de flashcards (in hogere groepen kun je ook woorden nemen) op het bord of de muur. Verdeel de klas in twee teams. Elk team heeft een vertegenwoordiger die de vliegenmepper vast houdt. Als de docent een woord noemt, moeten de leerlingen zo snel mogelijk op de juiste flashcard slaan.  Als je als eerste slaat, win je een punt voor je team. Je kunt dit spel moeilijker maken door meer woorden te nemen en de woorden sneller achter elkaar te noemen.

Kijk snel op de pagina Engels als je wilt weten wat wij voor jou kunnen betekenen!